Table Of ContentNotities bij de brief aan de Romeinen
Notities bij de brief aan de
Romeinen
door G.L.Rogers en D.Hough
Dit boek is afkomstig uit Unsearchable Richess Mag azine.
Uitgave van Concordant Publishing Concern
Index
De structuur van de brief
Deel 1 - Introductie en hoofdstuk 1:1-7
Deel 2 - Hoofdstuk 1:8-17
Deel 3 - Hoofdstuk 1:18-32
Deel 4 - Hoofdstuk 2:1-29
Deel 5 - Hoofdstuk 3:1-20
Deel 6 - Hoofdstuk 3:21-26
Deel 7 - Hoofdstuk 3:27 - 4:17
Deel 8 - Hoofdstuk 4:17-25
Deel 9 - Hoofdstuk 5:1-4
Deel 10 - Hoofdstuk 5:5-11
1
Notities bij de brief aan de Romeinen
Deel 11 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel A)
Deel 12 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel B -
vers 12)
Deel 13 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel C -
vers 13,14)
Deel 14 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel D -
vers 15, 16, 17)
Deel 15 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel E -
vers 18)
Deel 16 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel E -
vers 19)
Deel 17 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel F -
vers 20 en 21)
Deel 18 - Hoofdstuk 6:1,2
Deel 19 - Hoofdstuk 6:3,4
Deel 20 - Hoofdstuk 6:5,6,7
Deel 21 - Hoofdstuk 6:8-11
Deel 22 - Hoofdstuk 6:12-14
Deel 23 - Hoofdstuk 6:13,14
Deel 24 - Hoofdstuk 6:15-23
Deel 25 - Hoofdstuk 7:1-6
Deel 26 - Hoofdstuk 7:7-13
Deel 27 - Hoofdstuk 7:14-25
Deel 28 - Hoofdstuk 8:1-4
Deel 29 - Hoofdstuk 8:5-9
Deel 30 - Hoofdstuk 8:10,11
Deel 31 - Hoofdstuk 8:12-14
Deel 32 - Hoofdstuk 8:15-17
Deel 33 - Hoofdstuk 8:18-19
Deel 34 - Hoofdstuk 8:20-22
Deel 35 - Hoofdstuk 8:23-25
2
Notities bij de brief aan de Romeinen
Deel 36 - Hoofdstuk 8:26,27
Deel 37 - Hoofdstuk 8:26,27
Deel 38 - Hoofdstuk 8:31-34
Deel 39 - Hoofdstuk 8:35-39
Deel 40 - Hoofdstuk 9:1-5
Deel 41 - Hoofdstuk 9:6-13
Deel 42 - Hoofdstuk 9:14-18
Deel 43 - Hoofdstuk 9:19-24
Deel 44 - Hoofdstuk 9:25-33
Deel 45 - Hoofdstuk 10:1-4
Deel 46 - Hoofdstuk 10:5-13
door D.H. Hough
Deel 47 - Hoofdstuk 10:14-21
Deel 48 - Hoofdstuk 11:1-2a
Deel 49 - Hoofdstuk 11:2b-6
Deel 50 - Hoofdstuk 11:7-10
Deel 51 - Hoofdstuk 11:11
Deel 52 - Hoofdstuk 11:12-15
Deel 53 - Hoofdstuk 11:16
Deel 54 - Hoofdstuk 11:17,18
Deel 55 - Hoofdstuk 11:19-24
Deel 56 - Hoofdstuk 11:25,26
Deel 57 - Hoofdstuk 11:28-31
Deel 58 - Hoofdstuk 11:32
Deel 59 - Hoofdstuk 11:33-36
Deel 60 - Hoofdstuk 11:36
Deel 61 - Hoofdstuk 12 - introductie
3
Notities bij de brief aan de Romeinen
Deel 62 - Hoofdstuk 12:1
Deel 63 - Hoofdstuk 12:2
Deel 64 - Hoofdstuk 12:3
Deel 65 - Hoofdstuk 12:4-8
Deel 66 - Hoofdstuk 12:9-13
Deel 67 - Hoofdstuk 12:14-21
Deel 68 - Hoofdstuk 13:1-5
Deel 69 - Hoofdstuk 13:6, 7
Deel 70 - Hoofdstuk 13:8-10
Deel 71 - Hoofdstuk 13:11-14
Deel 72 - Hoofdstuk 14:1-9
Deel 73 - Hoofdstuk 14:10-13
Deel 74 - Hoofdstuk 14:14,15
Deel 75 - Hoofdstuk 14:16-18
Deel 76 - Hoofdstuk 14:19-21
Deel 77 - Hoofdstuk 14:22, 23
Deel 78 - Hoofdstuk 15:1-4
Deel 79 - Hoofdstuk 15:5-7
Deel 80 - Hoofdstuk 15:8-13
Deel 81 - Hoofdstuk 15:14-16
Deel 82 - Hoofdstuk 15:17-21
Deel 83 - Hoofdstuk 15:22-33
Deel 84 - Hoofdstuk 16:1-23
Deel 85 - Hoofdstuk 16:25-27
4
Notities bij de brief aan de Romeinen
Notities bij de brief aan de Romeinen
De structuur van de brief
Romeinen
1:1-6 Evangelie, bekend gemaakt, Rechtvaardiging
1:7 Groeten, kort
1:8,9 Gebed
1:10-13 Voorgenomen reis
1:14-17 Vorige bediening
LEERSTELLIG
3:21-4:25 Rechtvaardiging
5:1-8:30 Verzoening
8:31-39 De Godheid van God Individueel
9:1-29 De Godheid van God Nationaal
LEERSTELLIG
9:30-10:21 Rechtvaardiging
11:1-36 Verzoening
12:1-15:7 Het gedrag van de heiligen
15:8-21 Vorige bediening
15:22-29 Voorgenomen reis
15:30-33 Gebed
16:1-23 Groeten, uitgebreid
16:25-27 Evangelie, geheim gebleven, Verzoening
5
Notities bij de brief aan de Romeinen
Notities bij de brief aan de Romeinen
deel 1
door °G.L. Rogers
Romeinen, "het diepstgaande boek dat er is", werd als studie-onderwerp
gekozen vanwege de grootsheid van het thema. Het zou als eerste bestudeerd
moeten worden, omdat pal aan het front staat van onze geschriften. Haar lering
is het fundament van alle andere en kennis ervan wordt daarin ook
verondersteld. Haar grootste waarde is dat ze God en Zijn redding onthult.
Gods evangelie wordt hier zo vol, ordelijk en systematisch voorgesteld als in
geen enkel ander boek.
De relatie van Romeinen met de andere Schrifgedeelten kan alsvolgt worden
gezien:
De Griekse Geschriften
Vier Overgangs- Paulinische Hebreeuws Profetie
verslagen geschiedenis geschriften Christelijke
geschriften
Hebreeën
Mattheus Jacobus
Marcus 2Timotheus 1,2Petrus
Lucas Titus 1,2,3 Johannes
Johannes Hand. 20:3 1Timotheus Judas Openbaring
Hand. 20:2 Filippenzen
Hand. 20:1 Filemon
Hand. 19:1 Kolossenzen
Hand. 18:1 Efeze
Romeinen
Galaten
2Korinthe
1Korinthe
1,2 Thess.
De groepering van de boeken van het "Nieuwe Testament" is die zoals die wordt
gevonden in de Griekse MSS, en door de meerderheid van de vertalingen wordt
aangehouden. De plaatsing van de boeken is ook een goede weergave van de
volgorde van het ontvouwen van Gods plan in de geschiedenis en de profetie.
Paulus schreef dertien van de zevenentwintig boeken. Al zijn geschriften zijn
brieven en werden lang na zijn afzondering tot zijn bijzondere bediening
geschreven(Hand. 13:2). Zes ervan werden geschreven tijdens de periode die
door Handelingen wordt beschreven.
"Handelingen", samen met het inwendige bewijs van deze vroege brieven, draagt
6
Notities bij de brief aan de Romeinen
het materiaal aan voor een echt nauwlettend onderzoek van Romeinen. Het
begint in Jeruzalem, de geschiedenis van Israël's afvalligheid natrekkend, de
roeping, de afzondering, bediening, en voortgang van Paulus totdat hij Rome
bereikt, het centrum van de beschaafde wereld, en dan sluit het af.
Gods bedoeling met het schrijven van "Handelingen" was bereikt, namelijk: het
overbruggen van de kloof tussen "de evangeliën" over de bediening van Christus
aan Israël en Paulus' brieven aan de volkeren. Israël's verdiepende afvalligheid
wordt gezien als de mogelijkheid voor de voortgaande onthulling in Paulus'
brieven.
De datering van de brieven is niet zo belangrijk als hun relatie tot elkaar en tot
de geschiedenis in Handelingen.
Eén en twee Thessalonicenzen werden in Korinthe geschreven(Hand. 18:1)
in 54 n.Chr.
1Korinthe kwam vanuit Efeze, in de lente van 57, na Handelingen 19:1;
2Korinthe vanuit Macedonië, in de herfst van 57 n.Chr, nadat Paulus Efeze
heeft verlaten, waar zijn getuigen in de synagoge tot een einde was
gekomen(Hand. 19:9; 20:1);
Galaten, vanuit Korinthe, een paar maanden later.
Romeinen in de lente van 58 n.Chr., voordat Paulus via Macedonië naar
Korinthe gaat(Hand. 20:3), op zijn laatste reis naar Jeruzalem.
Timotheüs was bij Paulus toen hij Romeinen schreef(16:21), hem vooruit gaande
naar Korinthe en hij ging met hem op weg naar Jeruzalem(Hand.20:4). Met het
gaan via Macedonië en Achaje had Paulus tot doel van hen bepaalde bijdragen
mee te nemen voor de arme heiligen in Jeruzalem(Rom. 15:25-28). Dit soort
intern bewijs plaatst Romeinen in ware onthulling van de geschiedenis van
Handelingen. De hoofdstukken 9 tot 11 van Romeinen moeten worden gelezen in
het licht van de gebeurtenissen die in Handelingen zijn opgetekend. Deze
hoofdstukken zijn niet incidenteel of tussengevoegd, ze zijn een onlosmakelijk en
noodzakelijk onderdeel van de brief, zonder welke het geheim van het evangelie
niet verstaan kon worden, want haar onthulling van de rijkdom voor de wereld
was afhankelijk van Israël's overtreding(11:12).
Samen met het evangelie ontvingen de volkeren de andere geschriften. Paulus
citeert vier-en-tachtig maal Schriftgedeelten van Genesis tot Maleachi, waarvan
twee-en-tachtig maal uit de Septuagint, of Griekse vertaling, mogelijk omdat
deze meer toegankelijk was voor de heidenen. Op deze manier werden de
uitspraken van God toevertrouwd aan de wilde olijftakken.
Ideeën om de brief te bestuderen:
1. Lees, indien mogelijk, een aantal malen in één keer de hele brief door. Het is
een eenheid.
2. Bestudeer later alles als door een microscoop. De omvang, de snelheid van
gedachten en de exactheid van uitdrukking vragen om een nauwlettende
aandacht en overdenking. Microscopische studie van woorden en uitdrukkingen is
noodzakelijk, maar is alleen goed op voorwaarde dat men niet de meer de direct
voor de hand liggende eigenschappen en de grote monumentale uitdrukkingen
7
Notities bij de brief aan de Romeinen
vergeet.
3. De context is altijd van groot belang, in het bijzonder in een zo beredeneerde
presentatie als Romeinen. "Een tekst die uit z'n context wordt genomen is een
voorwendsel". Kijk regelmatig terug. Iedere nauwkeurige herlezing zal beloond
worden. Bij Bijbelstudie is het niet goed de dingen te vergeten die achter ons
liggen.
4. Wees zo eenvoudig en letterlijk als maar mogelijk is. De Schrift is onthulling,
niet een puzzel of een cryptogram die de uitoefening van vindingrijkheid
aanmoedigt. Man kan wel te slim, maar nooit te eenvoudig zijn om Gods stem te
horen. Voorkom "vergeestelijking". Gods spraakfiguren zijn regelgevend en zijn
altijd overeenkomend.
5. Benader Gods Woord met gebed, eerbiedig en nederig. We worden door God
onderwezen of helemaal niet. "Dat ik Hem moge kennen" moet ons doel zijn.
Technische Bijbelkennis alleen is dodend en gevaarlijk. Enigen van hen die zeer
vertrouwd waren met het Hebreeuwse origineel kenden de Heer niet! Het
evangelie is gericht op onze harten en gewetens.
6. Lees altijd de tekstverwijzingen. De tekst is meer verlichtend dan welk
menselijk commentaar dan ook. De Schrift, juist ingedeeld, is het beste
commentaar op de Schrift!
De aanhef - Hoofdstuk 1:1-7
1. Paulus. De door ons meest geliefde van alle geïnspireerde schrijvers, omdat hij
het patroon is van Gods overweldigende genade. "Saulus, anders gezegd Paulus"
kan beide namen hebben gedragen vanaf zijn geboorte. Het was gewoonte dat
Joden in de diaspora hun kinderen zowel een Hebreeuwse als een heidense naam
gaven. De naam Saulus werd gebruikt tot zijn afgezonderde bediening begon,
daarna werd Paulus, de Griekse naam, gebruikt als een meer toepasselijke en
betekenisvolle naam. "Paulus" betekent pauze, tussentijd. Paulus' ommekeer is
een van de grootste bewijzen van de door hem onthulde waarheid. Hij was niet
voorbestemd om Christus Jezus te geloven. Hij was schuldig aan de zonde van
Handelingen 3:23. Het feit dat zo'n man als Paulus, eens de meest kwaadaardige
vijand van Jezus Christus, nu ons in de naam van Jezus Christus aanspreekt,
vraagt om uitleg en draagt overtuiging. Zijn uitleg is: "Ik heb de Heer gezien." Het
is duidelijk dat hij onderscheidt maakte tussen het visioen van Jezus Christus op
de weg naar Damascus en onthullingen in latere tijden.
Een slaaf van Christus Jezus[in de NBG staat "dienstknecht. Maar dat is te zwak;
WJ]. Saulus, de trotse Farizeeër, is een voorbeeld van nederigheid geworden.
Loyale liefde doet hem slaaf zijn van zijn rechtmatige Heer. "Slaaf" bevat het
idee van eigendom, dienstbaarheid en afhankelijkheid. Zijn heilige
verbondenheid in relatie tot zo'n Heer is vrij van de neerbuigende associaties die
bij alle andere soorten slavernij behoren. Hij staat onder een autoriteit, maar
toch is hij bekleed met de autoriteit van een apostel. Alleen een echte slaaf kan
een gezaghebbende prediker zijn. Hebreeuwse profeten waren slaven van
Jehovah(Amos 3:7; Jer. 7:25). Paulus, het hoogste gezag opeisend, vervangt
8
Notities bij de brief aan de Romeinen
zonder uitleg de naam Christus Jezus voor die van Jehovah.
Een geroepen apostel. Hij benadert Rome met de waardigheid die een slaaf in
Christus past die ook gevolmachtigde is, en houdt ons bezig met Wie hij
vertegenwoordigt. De roeping is altijd van God, altijd doeltreffend, de geroepene
als apostel of als heilige bevestigend(vers 7). Onze harten en gewetens herkennen
dat hij spreekt als iemand met gezag.
Afgezonderd voor Gods evangelie. Afgezonderd, eerst voor het goddelijke
doel(Gal. 1:15), en dan historisch bij het aanbieden van de heilige geest aan de
kerk te Antiochië(Hand. 13:2). "Slaaf", "geroepene", "afgezonderd" benadrukken
het feit dat Paulus niet een inwijder is, maar een instrument in Gods handen. Het
evangelie is "goed nieuws, niet goed advies." Gods evangelie komt van Hem, al
Zijn krachten, Zijn genade, Zijn rechtvaardigheid inschakelend voor onze
redding.
2. Tevoren beloofd in Heilige Schrift. Het evangelie wordt in belofte en profetie
gevonden. Paulus beroept zich acht-en-veertig maal op de profeten voor
bevestiging van zijn onderwijs. Er is in de Schrift zowel eenheid als diversiteit,
maar nooit is er gebrek aan harmonie. Dit vers geeft een groep feiten over de
Schriften. De profeten zijn mannen door wie God sprak en aan andere mensen
beloften deed. Zij zijn "Zijn" woordvoerders. De beloften staan geschreven "in de
Schriften" die de woorden van Gods profeten bevatten. Deze zijn "heilig" omdat
ze afgezonderd zijn van alle andere. "Het evangelie dat Hij tevoren .... had
beloofd"(Gen. 12:2,3;Gal. 3:8) en " het geheimenis, in aionische tijden
verzwegen, maar thans geopenbaard"(Rom. 16:25,26;CV) zijn de twee thema's
van de brief. We moeten ons tot Romeinen wenden als in latere brieven wordt
verwezen naar het evangelie. Filippenzen verwijst negen maal naar het
evangelie, Efeze spreekt van het "geheimenis van het evangelie", maar geen van
beide verkondigt het. "Mijn evangelie" vinden we in de hoofdstukken 1 tot 4. In de
hoofdstukken 5, 6 en 8, waar het "geheim van het evangelie" wordt ontvouwt,
vinden we geen enkel citaat uit de Hebreeuwse Schriften.
3-4. Aangaande Zijn Zoon. Indien alles wat Zijn Zoon aangaat uit Romeinen zou
worden verwijderd, dan zou dit een zin zonder onderwerp zijn. De nu volgende
verklaring heeft voldoende waarheid in zich om het citeren er van te
rechtvaardigen:
"In de evangeliën spreekt Christus over de Vader; in de brieven spreekt de Vader
over Zijn zoon".
De kreet "Terug naar Jezus" zou ons weg leiden van Gods hoogste onthulling over
Zijn Zoon. Het is opmerkelijk dat een begroeting zo'n gewichtig onderwijs bevat
over de persoon van Christus. Eerst is er de verwijzing naar "Zijn Zoon". Dan volgt
een dubbele verklaring over Hem:
a. Hij is het zaad van David naar het vlees.
b. Hij is de Zoon van God naar een geest van heiligheid, en wordt krachtig
aangewezen om dat te zijn door een opstanding uit de doden, en, tenslotte, is er
een identificerende uiteenzetting dat Hij Jezus Christus is, onze Heer. Deze
9
Notities bij de brief aan de Romeinen
verklaring is niet zonder zijn problemen, maar de eenvoudigste verklaring zal de
beste zijn. "Voortgekomen uit het zaad", niet "gemaakt(made) zoals in de King
James AV. Het werkwoord geeft overgang van de ene toestand van bestaan naar
een andere aan, een worden, niet een aanvang. Als Zaad van David, was Hij een
Mensenzoon, koninklijk, de Zoon en Erfgenaam van Israël's grote koning. Hij was
het Kind van de Profetie(Luc. 1:32,33). Davidische afstamming was een
voorwaarde voor het Messiasschap(vergelijk 2Tim.2:8, Paulus' laatste brief). De
anders onnodige woorden "naar het vlees" worden toegevoegd om Zijn relatie met
David te beperken tot een die alleen het vlees betrof(verg. 9:5), en zij verwijzen
naar de antithese, "naar de geest."
"Naar het vlees" en "naar de geest der heiligheid" zijn uitdrukkingen die zo strikt
parallel lopen, dat zowel de tweede "naar" als de eerste moeten verwijzen naar
wat een bestanddeel van Zijn wezen is. Ze zijn tegenovergesteld aan elkaar zoals
vlees en geest in één persoon, "vlees" Zijn verwantschap tonend met David en
"geest" Zijn verwantschap met God. Er is iets in Zijn wezen dat is afgeleid van de
mens en iets wat is afgeleid van God. Nogmaals: naar het vlees behoorde Hij tot
de vaderen, en naar de geest was Hij de Zoon van God en is Hij op die manier een
universeel Redder en Heer. Hij is op zodoende de enige bemiddelende Persoon in
Wie God en mens een ontmoeting vinden. Niet een Bemiddelaar tussen God en
mens, maar "van God en van de mens". Om te kunnen bemiddelen moeten er
twee partijen zijn, waarvan elk zich gerepresenteerd ziet in de bemiddelaar.
Waar er maar één partij is, daar kan er niet iemand bemiddelen(Gal. 3.20).
Wanneer iemand een karakteristieke naam aanneemt als "Zoon des Mensen", zoals
Christus deed, dan houdt dat in dat er iets vreemds is om dat te zijn, wanneer Hij
ook Zoon van God was. "Geest van heiligheid" is een bijzondere uitdrukking, dat
alleen hier wordt gevonden. Ze is duidelijk gekozen om te onderscheiden van
"heilige geest". Zijn unieke heiligheid, zowel als opstanding uit de doden,
onderscheiden Hem krachtig van alle anderen als Zoon van God. "In kracht" wordt
bijwoordelijk gebruikt met "verklaard". Hij werd niet de Zoon van God, Hij was op
krachtige wijze zo verklaard. Hij was ontledigd van al het andere, maar Zijn
geest van heiligheid was voldoende om Hem aan te wijzen als Zoon van God. Alle
anderen moet van iedere bevuiling van vlees en geest worden gereinigd(2Kor.
7:1). De Zijn was een geest van heiligheid. Hij nam deel aan de kinderen van
"vlees en bloed", maar Hij nam geen deel aan onze geest(Heb.2:14).
Door opstanding uit de doden is een opmerkelijke en moeilijke uitdrukking.
"Doden" is meervoud, waar we toch mogen verwachten dat het enkelvoud is. Er
zijn drie zienswijzen:
1. Dat Christus Zijn zoonschap bewees door anderen op te wekken. Bij Zijn
eigen opstanding was Hij passief, God was de Auteur. Ook anderen wekten
doden op, maar zij konden niet zeggen "Ik ben de opstanding" (Joh. 11:25) of
"Ik zal hem opwekken ten jongsten dage "(Joh. 6:40).
2. Dat het Zijn eigen persoonlijke opstanding is en gezien moet worden als
een belofte, en ten diepste de opstanding van allen bewerkt.
"..is ook de opstanding der doden door een mens"(1Kor. 15:21). Zijn
opstanding omvat de opstanding van allen. Maar het feit is dat Zijn
opstanding voor Zijn discipelen een onwankelbare overtuiging bracht dat
10
Description:vers 18). Deel 16 - Hoofdstuk 5:12-21 (deel E - vers 19). Deel 17 - Hoofdstuk 5:12
-21 . Mattheus. Marcus. Lucas. Johannes. Hand. 20:3. Hand. 20:2. Hand. 20:1
overbruggen van de kloof tussen "de evangeliën" over de bediening van . 10
verklaring is niet zonder zijn problemen, maar de eenvoudigste