Table Of ContentMethode
Mensendieck
Een oefentherapeutische werkwijze
onder redactie van:
Curriculumcommissie
opleiding Oefentherapie
Methode Mensendieck
onder redactie van:
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
Methode Mensendieck
Een oefentherapeutische werkwijze
ISBN 978-90-368-1895-7 (eBook)
DOI 10.1007/978-90-368-1895-7
© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V. 2017
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of
opnamen, hetzij op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet j° het Besluit van 20 juni
1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet, dient men de daarvoor
wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp). Voor het
overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet)
dient men zich tot de uitgever te wenden.
Samensteller(s) en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een betrouwbare uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij
geen aansprakelijkheid aanvaarden voor drukfouten en andere onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen.
NUR 892/894
Basisontwerp omslag: Studio Bassa, Culemborg
Automatische opmaak: Scientific Publishing Services (P) Ltd., Chennai, India
Bohn Stafleu van Loghum
Walmolen 1
Postbus 246
3990 GA Houten
www.bsl.nl
V
Voorwoord
Het onderwijzen in de methode Mensendieck in Nederland begint in 1921 met Elize van Dantzig, die in
1909 door Bess Mensendieck zelf was opgeleid. In Den Haag start zij de eerste opleiding tot oefentherapeut
Mensendieck. De methode werd toen voornamelijk mondeling overgedragen. Pas met de komst van een
tweede opleiding in Nederland in 1925, zijn de oefeningen (als concrete uiting van de methode) door de
oprichters van deze opleiding, de arts Anna Overduin en prof. dr. F.J.J.Buytendijk, op schrift uitgewerkt.
Omstreeks 1932 werden beide opleidingen samengevoegd in Amsterdam, waar we nu - 85 jaar later - nog
steeds gebruik maken van de methode Mensendieck, waarbij oefeningen ingezet worden om gedragsveran-
dering te bereiken. De methode is een belangrijk onderdeel van het vak Oefentherapeut en draagt bij aan de
wijze hoe oefentherapeuten invulling geven aan het (inter)nationale vakgebied Oefentherapie.
Gebaseerd op de boeken en teksten van Bess Mensendieck en de ervaringen in de behandelpraktijken zijn de
oefeningen steeds verder uitgewerkt. Het omvat enerzijds een beschrijving van de didactische principes in
de oefeningen en anderzijds een kinesiologisch uitwerking van houding en beweegsituaties. In de loop der
jaren is er steeds een selectie gemaakt van oefeningen die voor de werkpraktijk relevant zijn gebleken.
Omstreeks 1988 heeft onder leiding van M.L.A. Jonker – Kaars Sijpesteijn een grondig herziening plaats-
gevonden en werd de methode een leerboek voorzien van de foto’s die nu ook nog in dit boek te zien zijn.
De foto’s zijn destijds bewust gemaakt om zo goed mogelijk de oefening en het spiegelbeeld weer te geven.
Dezelfde foto’s zijn opgenomen enerzijds uit pragmatisch oogpunt om de lezer te ondersteunen, anderzijds
als ook een toevoeging voor het historisch besef van de gebruiker van dit boek.
Voor u ligt de meest recente beschrijving van de methode Mensendieck, gekozen is voor een vorm van het
digitaliseren van tekst en beeld. Daarnaast hebben we door het filmen van de oefeningen een nieuwe slag
geslagen in de studeerbaarheid van het gedachtegoed wat al die jaren overeind is gebleven. Door de methode
digitaal aan te bieden op één plek, waarbij film, foto en tekst samenkomen, maken we een stap om dooront-
wikkeling van de methode beter mogelijk te maken.
De curriculumcommissie van de opleiding Oefentherapie, opdrachtgever van deze versie van de methode
Mensendieck, is trots op wat is neergezet en is blij met de huidige digitale vorm. We verwachten dat we in
de komende jaren deze versie gaan uitbreiden met meer filmpjes en foto’s, zodat de studeerbaarheid van dit
boek voor studenten oefentherapie zich verder blijft ontwikkelen.
Netty Winters MSc
Hoofdopleiding, opleiding tot oefentherapeut Mensendieck
Juli 2017
Inhoud
1 Het ontstaan ............................................................................................1
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
2 De Methode Mensendieck .............................................................................7
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
3 Doelstelling ............................................................................................27
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
4 Uitgangshoudingen ...................................................................................31
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
5 Bekkenkanteling .......................................................................................41
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
6 Oefeningen gericht op de strekking van de wervelkolom .........................................61
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
7 Oefeningen voor schoudergordel en schouderblad ................................................75
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
8 Armoefeningen ........................................................................................87
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
9 Oefeningen voor pols, hand en vingers ............................................................111
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
10 Halsoefeningen .......................................................................................117
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
11 Oefeningen gericht op de lumbale en laagthoracale wervelkolom ..............................133
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
12 Oefeningen gericht op houding en beweging van de hele wervelkolom ........................151
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
13 Oefeningen voor heup en knie ......................................................................169
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
14 Oefeningen voor enkel, voet en tenen ..............................................................189
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
15 Oefeningen voor heup, knie, enkel en voet ........................................................207
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
16 Het verplaatsen van het lichaamsgewicht ..........................................................223
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
1
1
Het ontstaan
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie
1.1 H armonie van lichaam en geest – 2
1.2 D e Zweedse gymnastiek – 2
1.3 D ramatische expressie – 2
1.4 B ess Mensendieck – 3
1.5 H et werkterrein van de oefentherapeut Mensendieck – 4
© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V. 2017
Curriculumcommissie opleiding Oefentherapie, Methode Mensendieck, DOI 10.1007/978-90-368-1895-7_1
2 Hoofdstuk 1 · Het ontstaan
Om de achtergrond en het ontstaan van de Methode Mensendieck te begrijpen dient
1
men na te gaan welke sociaal culturele ontwikkelingen voor de grondlegster van de
methode, Bess Mensendieck, van invloed zijn geweest. Het blijkt dan dat de volgende
factoren een rol hebben gespeeld:
4 het begrip ‘harmonie van lichaam en geest’ uit de Griekse cultuur;
4 de doelstellingen van de lichamelijke opvoeding en de medische gymnastiek;
4 de grondslagen van de ‘dramatische expressie’.
1.1 Harmonie van lichaam en geest
Reeds lang voor het begin van onze jaartelling werd door de Grieken bij de vorming
van de jeugd gestreefd naar een harmonische eenheid van lichaam en geest. Aan de
lichamelijke ontwikkeling werd evenveel aandacht geschonken als aan de intellectu-
ele vorming. In de Griekse beeldhouwkunst werd de harmoniegedachte tot volmaakte
expressie gebracht; de zichtbare verwerkelijking van het ideale evenwicht tussen
lichaam en geest vormde een van de pijlers van de Westerse beschaving. De Griekse
kunstenaars trachtten uitdrukking te geven aan hun schoonheidsideaal door een
intellectueelkunstzinnige benaderingswijze.
Nadat in de middeleeuwen de nadruk was komen te liggen op het geestelijke
leven boven het zintuiglijk-lichamelijke, vond in de Renaissance een opleving plaats
van de waardering voor het lichaam. De herontdekking van de klassieke waarden was
hier niet vreemd aan.
Veel later, in de 18e eeuw, was het Rousseau die inzag dat de lichamelijke opvoe-
ding een belangrijke bijdrage leverde aan de vorming van de complete mens. Maar
deze lichamelijke opvoeding moest dan wel samengaan met de oefening van de zin-
tuigen, met de ontwikkeling van het oordeel en van de wil, en met het vermogen tot
concentratie. Zijn ideeën, die tot in de 20e eeuw doorwerkten, waren ook van grote
invloed op de Duitse Verlichtingspedagogen, de Philantropijnen, die omstreeks 1800
begonnen met de systematische en methodische toepassing van lichaamsoefening op
scholen.
1.2 De Zweedse gymnastiek
Onder invloed van deze Philantropijnen ontwikkelde Per Henrik Ling (1776–1839)
de zogenoemde Zweedse gymnastiek, een lichamelijke opvoeding op wetenschap-
pelijke grondslag. In zijn oefeningen werden de bewegingen zo veel mogelijk gelo-
kaliseerd uitgevoerd: om als steunpunt te kunnen dienen voor de bewegende
lichaamsdelen worden de overige gefixeerd gehouden. Ling onderscheidde een ‘uit-
gangshouding’, een ‘bewegingshouding’ en een ‘eindhouding’. De oefeningen waren
voornamelijk statisch van aard. Vanuit zijn wetenschappelijke achtergrond kwam
Ling tot de gedachte dat gymnastiek niet alleen zou kunnen dienen als vormingsmid-
del voor gezonden, maar ook als therapie voor zieken. Zijn opvolgers bouwden zijn
systeem verder uit met de volgende elementen: aandacht voor de ademhaling, afwis-
seling van oefening en ontspanning, het langzaam uitvoeren van de beweging en het
economisch gebruik van krachten.
1.3 D ramatische expressie
In dezelfde periode vond bij het toneel een ontwikkeling plaats die leidde tot het
inzicht dat de kracht van de persoonlijke gevoelens aan de beweging meer uitdruk-
king geeft en deze vloeiender doet verlopen. De Franse toneelspeler F. A. N. Delsarte
(1811–1871), oorspronkelijk musicus, nam de ideeën over van J. J. Engel, schouwburg
directeur in Berlijn. Deze stelde in zijn boek Ideen zu einer Mimik (1785) de eis dat
bewegingen harmonieus en uitdrukkingsvol moeten zijn, en dat de toneelspeler dit
1
3
1.4 · Bess Mensendieck
alleen kan bereiken door zich te houden aan de regels van het bewegen. Zijn boek was
een reactie op het gekunstelde onnatuurlijke bewegen van de toneelspelers. Delsarte
werkte Engels ideeën verder uit tot praktisch bruikbare bewegingsvoorschriften.
Steel MacKay, een leerling van Delsarte, bracht deze nieuwe inzichten over naar
de Verenigde Staten. Een van zijn leerlingen, Geneviève Stebbins, ontwikkelde een
grote belangstelling voor de menselijke houding en beweging en reisde naar Europa
om bij Delsarte te studeren. Zij integreerde zijn ideeën in de door haar omstreeks
1880 gestichte School for Expression, maar werkte ze in twee richtingen uit: zowel
voor het toneel als voor de ritmische gymnastiek. Zij koppelde de schoonheidsidea-
len en gedachten van Delsarte over de esthetische bewegingsopvoeding aan die van
de Zweedse gymnastiek. Ook Stebbins onderscheidde in navolging van Delsarte drie
bewegingswetten, die zij van belang achtte voor het natuurlijke bewegen en de uit-
drukkingsmogelijkheid van het lichaam:
4 De wet van het volgen: de inzet van de beweging hoort altijd plaats te vinden in de
romp, en de extremiteiten volgen deze bewegingsimpuls.
4 De wet van het harmonisch evenwicht: de gewrichten van benen, romp, schou-
dergordel, hals en hoofd dienen loodrecht boven elkaar te zijn. Spierversterkende
oefeningen moeten deze opbouw ondersteunen. Hier komt duidelijk de invloed
van de Zweedse gymnastiek naar voren, die rond 1860 in de Verenigde Staten heel
populair was.
4 De wet van de tegenbeweging: compenserende bewegingen zijn goed en horen bij
de natuurlijke wijze van bewegen.
1.4 B ess Mensendieck
Een van de leerlingen aan de School for Expression was Bess Mensendieck. Elisabeth
Marguerite von Varal werd in 1864 in Duitsland geboren. In 1891 trouwde zij met
de arts Hermann Mensendieck, wiens naam uiteindelijk aan de methode verbonden
zou worden. Na een zangopleiding in Italië volgde zij een studie in de beeldende kun-
sten in Parijs. Tijdens deze studie werd zij zich bewust van de verschillen in lichaams-
vorm, -houding en -beweging. Zij realiseerde zich dat de mens niet altijd over de
juiste houding en bewegingsmogelijkheden beschikt en vroeg zich af in hoeverre
houding en vorm van het lichaam te beïnvloeden zijn en hoe groot de betekenis van
de wilskracht is. Haar belangstelling voor deze problemen leidde ertoe dat zij zich in
Zürich verdiepte in anatomie, fysiologie, biomechanica en lichamelijke opvoeding. In
New York volgde zij daarna de opleiding aan de School for Expression.
Omstreeks 1895 ontwikkelde Bess Mensendieck haar eigen bewegingsleer. Ener-
zijds zijn daarin invloeden van Ling en Stebbins verwerkt, anderzijds worden Lings
masculiene/prestatiegerichte oefeningen en Stebbins al te vrije en ritmische bewegin-
gen bekritiseerd. Haar methode moet echter in de eerste plaats gezien worden als een
reactie op de Victoriaanse normen ten aanzien van houding en beweging en de ver-
vreemding van het eigen lichaam als gevolg van de heersende moraal en mode.
Rond de eeuwwisseling begon Bess Mensendieck haar ideeën te toetsen door
mensen van verschillende leeftijden te behandelen. Haar ervaringen stelde zij op
schrift, maar de publicatie ervan werd verhinderd door de puriteinse Comstock Law,
die het verspreiden van zedenbedervende lectuur en afbeeldingen van het ontklede
menselijke lichaam verbood. Om deze reden keerde Bess Mensendieck terug naar
Europa; in Duitsland en Noorwegen leidde zij leerlingen op (toen alleen nog vrou-
wen) die zich voor haar methode interesseerden en deze wilden uitdragen. Haar
eerste boek, Körperkultur der Frau, werd in 1906 gepubliceerd, later gevolgd door
Bewegungsprobleme, Funktionelles Frauenturnen en Anmut der Bewegung im täglichen
Leben (later in het Engels vertaald onder de titel It’s up to you). In 1929 verscheen
de Nederlandse vertaling van Funktionelles Frauenturnen onder de titel Functionele
lichaamsoefeningen voor de vrouw en het kind.
In Duitsland werd in enkele steden met een Mensendieck-opleiding begon-
nen. Duitse heilgymnasten interesseerden zich voor haar methode en probeerden
4 Hoofdstuk 1 · Het ontstaan
te werken volgens haar ideeën, maar omdat zij zich niet hielden aan de door Bess
1
Mensendieck zorgvuldig uitgewerkte bewegingsleer, distantieerde deze zich van
hen. Na een veelbelovende start kwam hierdoor aan haar werk in Duitsland een
abrupt einde. In Noorwegen volgde Elize van Dantzig als eerste Nederlandse cursiste
de opleiding; zij zou later in Den Haag een opleiding voor Mensendieck-leraressen
beginnen.
Inmiddels was in de Verenigde Staten het klimaat voor de ideeën van Bess Men-
sendieck aanmerkelijk verbeterd door het intrekken van de Comstock Law. Bij het
uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertrok zij weer naar de Verenigde Staten.
In New York bouwde zij een grote praktijk op waarin zij ook mannen en kinderen
behandelde en met poliopatiënten oefende. Prof. dr. C. U. Ariëns Kappers schrijft
hierover in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (1924) ‘…dat ik de indruk
kreeg een methode van bewegingsoefening gezien te hebben, die in nauwkeurigheid
van adaptatie aan de te herstellen functie opmerkelijk is.’ Niet alleen gaf Bess Mensen-
dieck ook cursussen elders in de Verenigde Staten, vanaf 1925 kwam zij weer regel-
matig in Europa om de daar gevestigde Mensendieckleraressen in de zomermaanden
herhalingscursussen te geven. De internationale contacten tussen de leraressen wer-
den op deze wijze verstevigd en dit leidde in de zomer van 1929 tot de oprichting van
de Internationale Mensendieck Liga, waarvan de hoofdzetel in Den Haag werd geves-
tigd. Op deze wijze kreeg de Mensendieck Liga een vast netwerk met leden in Noor-
wegen, Denemarken, Zweden, Duitsland en Nederland, waarbij de nadruk steeds
meer op het curatieve aspect werd gelegd.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkte Bess Mensendieck in Californië, maar
ook na 1945 kwam zij weer dikwijls naar Europa om haar werk uit te dragen. In 1955
werd het vijftigjarig bestaan van haar methode in haar aanwezigheid in Kopenhagen
gevierd. Haar laatste levensjaren bracht zij door in New York, waar zij in 1957 op 93-jarige
leeftijd is overleden.
1.5 Het werkterrein van de oefentherapeut Mensendieck
De Methode Mensendieck heeft in de loop der jaren nieuwe impulsen gekregen uit
het werkveld. Daardoor is zij van een ‘zuiver’ preventieve therapie voor een beperkte
bevolkingsgroep uitgegroeid naar een preventieve en curatieve behandelwijze voor
iedereen. Bess Mensendieck legde grote nadruk op de eenheid van lichaam en geest
en op het ‘bewust-maken’ (waarmee zij de patiënt kennis en inzicht wilde geven in
zijn bewegingssituatie) en deze elementen hebben nog steeds een belangrijke plaats
in de methode. De behandelingsfilosofie, die uitgaat van de zelfwerkzaamheid van de
patiënt, sluit goed aan bij de huidige tendens in de gezondheidszorg, die er immers op
gericht is de patiënt zelf te betrekken bij het zoeken naar de oorzaak van zijn klachten
en het voorkómen daarvan. In dit streven heeft het werk van de oefentherapeut Men-
sendieck een belangrijke functie.
De bevoegdheden van de oefentherapeut Mensendieck zijn vastgelegd in de
Wet op de paramedische beroepen. De oefentherapeut Mensendieck is werkzaam
in de paramedische sector, zowel preventief als curatief, zelfstandig gevestigd of in
dienstverband.
In de basisgezondheidszorg werkt de oefentherapeut Mensendieck primair pre-
ventief en onder eigen verantwoording. De therapeut geeft cursussen aan mensen
met beroepen die door specifieke houdingen en bewegingen problemen kunnen
geven aan het steun- en bewegingsapparaat, zoals musici, verpleegkundigen en kap-
pers. Ook ouderen, zwangeren en schoolkinderen in de groei vallen onder deze pre-
ventieve zorg. Sinds de invoering van de Arbowet zijn er steeds meer therapeuten
werkzaam als bedrijfsoefentherapeut. Bovendien kan een individuele cliënt op eigen
initiatief, zonder verwijzing van een arts, naar een oefentherapeut gaan (directe toe-
gankelijkheid oefentherapie). De oefentherapeut zal steeds alert zijn op eventuele
klachten en indien nodig doorverwijzen naar de huisarts.