Table Of ContentKlinisch redeneren volgens de HOAC II
Klinisch redeneren volgens de
HOAC II
Onder redactie van:
dr. Raoul Engelbert
dr. Harrie¨t Wittink
Houten 2010
(cid:1)2010BohnStafleuvanLoghum,onderdeelvanSpringerMedia
Allerechtenvoorbehouden.Nietsuitdezeuitgavemagwordenverveelvoudigd,
opgeslagenineengeautomatiseerdgegevensbestand,ofopenbaargemaakt,in
enigevormofopenigewijze,hetzijelektronisch,mechanisch,doorfotokopiee¨n
ofopnamen,hetzijopenigeanderemanier,zondervoorafgaandeschriftelijke
toestemmingvandeuitgever.
Voorzoverhetmakenvankopiee¨nuitdezeuitgaveistoegestaanopgrondvan
artikel16bAuteurswetjohetBesluitvan20juni1974,Stb.351,zoalsgewijzigdbij
hetBesluitvan23augustus1985,Stb.471enartikel17Auteurswet,dientmende
daarvoorwettelijkverschuldigdevergoedingentevoldoenaandeStichting
Reprorecht(Postbus3051,2130KBHoofddorp).Voorhetovernemenvan(een)
gedeelte(n)uitdezeuitgaveinbloemlezingen,readersenanderecompilatiewer-
ken(artikel16Auteurswet)dientmenzichtotdeuitgevertewenden.
Samensteller(s)enuitgeverzijnzichvolledigbewustvanhuntaakeenbetrouw-
bareuitgaveteverzorgen.Nietteminkunnenzijgeenaansprakelijkheidaanvaar-
denvoordrukfoutenenandereonjuisthedendieeventueelindezeuitgavevoor-
komen.
ISBN9789031377275
NUR894
Eerstedruk,eersteoplage2010
Ontwerpomslag:Houdbaar,Deventer
Ontwerpbinnenwerk:StudioBassa,Culemborg
Automatischeopmaak:PrePressMediaGroep,Zeist
BohnStafleuvanLoghum
HetSpoor2
Postbus246
3990GAHouten
www.bsl.nl
Inhoud
Voorwoord 7
1 Inleiding 9
Raoul Engelbert, Harri¨et Wittink
2 Kind metidiopathische en niet-idiopathische
tenengang 17
Raoul Engelbert, Paulinede Bakker
3 Kind metcerebrale parese 35
ManonBloemen, JacquelineNuysink
4 Kind metcerebrale parese in India 61
ChielHamann, Lieke Dekkers
5 Schouderklachtenbij een volleybalster 73
Norman D’hondt, Maarten vander List
6 Nekklachten 101
Joost van Wijchen, Lieke Dekkers
7 A-specifiekechronische lagerugpijn 138
Remko Soer, MarijkeHoppenbrouwers
8 Chronisch Obstructief Longlijden 164
Rob Douma,CeesvanderSchans
9 Pati¨entmet coxartrose 199
JanSimons,Ella Kruger,HennyvandeKoekelt
6 KlinischredenerenvolgensdeHOACII
10 Klapvoet en sleepvoet: loopstoornissen van
verschillende oorsprong 225
Hans Hobbelen, InaBettman, Janke Oosterhaven,
Tiny Looijen, JacquelineOutermans
11 Arbeidsrelevante rugklachten 252
ChrisKuiper, Marlies Wagener,Pepijn Roelofs,
HaraldMiedema
Overde auteurs 272
Register 277
Voorwoord
De laatste 25 jaar heeft de fysiotherapie als vakgebied ontzagwek-
kende veranderingenondergaan.Van een disciplinedie deed wat er
door een arts werd voorgeschreven, heeft de fysiotherapie zichont-
wikkeld tot een zelfstandig vakgebied, met een eigen theoretisch
kader,eeneigendiagnostiekenindicatiestelling.Tegelijkertijdvonder
eenversneldewetenschappelijkeontwikkelingplaats,watgeleidheeft
tot meerdere hoogleraren aan Nederlandse universiteitenen toteen
universitairestudierichting in de Fysiotherapiewetenschap.
Deontwikkelingenindepatie¨ntenzorg,inhetbijzonderophetgebied
van de diagnostiek, hebben een onmiskenbare invloed op de oplei-
ding.Hetgaatnunietmeeralleenomkennis(overdeuitvoering)van
therapiee¨n;hetgaatthansomdevraagwanneerwelenwanneerniet,
en vooral bijwie wel en bij wie niet, een bepaaldetherapie toe te
passen.Deindicatiestellingis heden tendage een zaakvan de thera-
peutzelf,waarbijhij/zijeeneventueel advies van de aanvragende arts
al dan niet betrekt in de besluitvorming. Een dergelijke intellectuele
procesgangwordtookwelaangeduidmetdeterm‘klinischredeneren’
of ‘clinicalreasoning’.Andersdanbijartsen,isditprocesnietgericht
op het onderzoeken enwegenvan symptomatologie in relatietothet
morfologisch substraat: fysiotherapeutenonderzoeken en wegen be-
wegingsproblemen en de effecten daarvan ophetfunctioneren in de
sociaal-maatschappelijkecontext.Opvattingen enwensenvan de
patie¨ntzijn daarineven belangrijkeelementenalsdeobjectieve be-
vindingentijdenshetlichamelijkonderzoek. Het proces van klinisch
redeneren behoortniet therapeut-of therapiespecifiekte zijn, maar
vakgebiedspecifiek. Het dientdekenmerkenvanhet vakgebied te
representeren; het onderscheidt hetonderzoekvan de fysiotherapeut
van dat vandehuisarts, neuroloog of chirurg.
Hetisdaarom verheugenddatdeze indicatiestellende systematiek in
de vorm van een hypothesegeorie¨nteerd algoritme, zoals ontwikkeld
door Amerikaanse collegae, nu ookbeschikbaaris voor het Neder-
8 KlinischredenerenvolgensdeHOACII
landsetaalgebied en wordt onderwezen aan de Nederlandse oplei-
dingen.
Met recht een mijlpaal die kan dienenalsfundament voorde verdere
ontwikkeling van defysiotherapie als zelfstandigediscipline in de
Nederlandse gezondheidszorg.
Utrecht, najaar2010,
Prof. dr.Paul J.M. Helders
medisch fysioloog/kinderfysiotherapeut,
WilhelminaKinderziekenhuis/UniversitairMedischCentrumUtrecht
1 Inleiding
Raoul Engelbert, Harri¨et Wittink
In dit leerboekwillen wij u latenkennismaken met het klinischrede-
nerenvolgenshetHypothese-geOrie¨nteerdeAlgoritme voor Clinici
(Hypothesis Oriented Algorithm for Clinicians II, beterbekend als
HOAC II).
Dit algoritmewerd in 2003 door Rothstein, Echternach en Riddle
beschreven in PhysicalTherapy en wordt (inter)nationaal steeds vaker
gebruikt.[1] Klinisch redeneren vormt een essentieel onderdeel in de
diagnostieken behandeling door de fysiotherapeut. Aan de hand van
klinischredenerenkunnengegevensuithetonderzoek(hulpvraagvan
depatie¨ntendeomgeving,hetklinischonderzoekgecombineerdmet
gegevens verzameld met behulp van meetinstrumenten) gekoppeld
worden aandekennis vanuit de wetenschap.Op grond hiervan kan
een(preventieve)behandelingwordengestart.Demeerwaardevande
HOACIIishetsystematischordenenvangegevens,waarbijhuidigeen
te verwachten (toekomstige)problemen stapsgewijs kunnen worden
ge¨ınventariseerd.Rothsteinetal.omschrijvenindeinleidingvanhun
artikel dat ditmodel de terminologie van het disablement-model van
Nagigebruiktomclinicienstudentengegevensvandepatie¨ntenzijn/
haaromgeving systematisch in kaart tebrengen,waarbijde weten-
schap wordt ingevoerd in de praktijk.[2]
De HOACII kan bij iederepatie¨ntwordentoegepast, ongeacht de
leeftijd en aandoening vandepatie¨nt, enidentificeert de ontstane
problemen in hetbewegend functioneren,zelfs als depatie¨ntnietin
staat is om zelf deontstane problemen te verwoorden.
In dit leerboekworden de lezer–aan de handvan uitgebreide casu¨ıs-
tiek– alle facetten van het klinisch redeneren uitgelegd. De hypo-
thesevorming die al bij heteerste contact metdepati¨entplaatsvindt
(initie¨le hypothese),wordt in detailuitgewerktenaangescherpttotdat
uiteindelijk nauitgebreid onderzoek enklinimetrieeen definitieve
R. Engelbert, H. Wittink (Red.), Klinisch redeneren volgens de HOAC II, DOI 10.1007/978-90-313-7728-2_1, © 2010 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media
10 KlinischredenerenvolgensdeHOACII
hypothese kan worden opgesteld.Vanuitdeze definitieve hypothese
kan worden gekozen vooreen (preventieve)behandeling.
In Nederlandwerken steedsmeerprofessionals metdeHOACII.Wij
zijner dan ookoververheugd datdeauteurs hun kennis van klinisch
redeneren bijverschillende, frequent voorkomende pathologie,varie¨-
rend vandekinderleeftijd tot de geriatrie, metu willen delen.
InditleerboekvormtdeHOACIIderodedraad.Deauteursmakenin
hunhypothesevormingenhunklinischebeslissingengebruikvanhun
kennis,valide enbetrouwbaremeetinstrumenten en baseren hun be-
handelconcepten opde‘stateofthe art’ literatuur.
1.1 Klinischredeneren
Klinischredeneren(Engels: clinical reasoning)is een complexproces
met elementen die voorelkediscipline, ongeacht hetgehanteerde
model, gelijk zijn: de toepassing van (klinische) kennis, de rol van
cognitieveen metacognitieve vaardighedenen de contextafhankelijk-
heid.[3,4] Omeffectief teredenerenmoet de (toekomstig) beroepsbe-
oefenaarbeschikken overdegelijke beroepsspecifiekekennis van
waaruit contextafhankelijkekennis kan worden afgeleid. Hijmoet in
staatzijnomopeffectievewijzedenkvaardigheden–zoalsanalyseren,
hypothesevorming en besluitvorming, synthetiseren en evaluerenvan
gegevens –tegebruiken. En hij moet in staat zijnmetacognitieve
vaardigheden– zoals bewustzijn van het denkproces, reflecteren, be-
schouwen enhet ontwikkelen van (nieuwe) concepten –toete pas-
sen.[3,4]Hetstellenvandeindicatievoorfysiotherapie,juistediagnose
en prognose enhet vakkundig behandelen enherevalueren vande
patie¨ntisgebaseerd op dit denk-en redeneerproces.
Hetprocesvan klinischeredeneren wordt eigengemaakttijdensde
opleiding fysiotherapie. Doorpatie¨nten te onderzoekenen te behan-
delen en bevindingen tebespreken metverwijzers en medebehande-
laars, neemtdekennis van inzichten en theoriee¨n toe. Door dekop-
peling van dezekennis met de ervaringenuit de praktijkzal defysio-
therapeut meerklinischtoepasbarecompetenties verwerven.[5] Kli-
nischredenerenis dan ookop tevatten als een spiraalvormig
denkproces: een zoekproces naartoenemend begrip van de klinische
situatie als basis voor de klinischeinterventie. Beroepsspecifieke
competenties moeten dan ookdoorgerichte na-en bijscholingwor-
den onderhouden.[5] De opgedane kennisen ervaring moeten voort-
durend terdiscussie worden gesteld omte kunnen voldoen aande