Table Of ContentKerncompetenties kraamverzorgenden in ontwikkeling
Kerncompetenties
kraamverzorgenden
in ontwikkeling
Pieternel Dijkstra
Desirée Groen-Deusings
BohnStafleu vanLoghum
Houten2010
© 2010 Bohn Stafl eu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in
enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopie-
en of opnamen, hetzij op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelij-
ke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van
artikel 16b Auteurswet j° het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd
bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet, dient
men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stich-
ting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van
(een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compila-
tiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden.
Samensteller(s) en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een betrouw-
bare uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aan-
vaarden voor drukfouten en andere onjuistheden die eventueel in deze uitgave
voorkomen.
ISBN 978 90 313 8122 7
NUR 897
Vormgeving omslag en binnenwerk: Studio Bassa, Culemborg
Automatische opmaak: Crest Premedia Solutions (p) Ltd, Pune
Bohn Stafl eu van Loghum
Het Spoor 2
Postbus 246
3990 GA Houten
www.bsl.nl
Inhoud
Voorwoord 7
Inleiding 9
Werken in de zorg is tegenwoordig andere koek 9
Waar het om draait 9
Je psychologische rugzakje 10
Helemaal of in delen 11
1 Wie ben ik als mens? 13
1.1 Je persoonlijkheid 13
1.2 Je ontwikkelpunten 17
1.3 Zelfvertrouwen 18
1.4 Waarden 23
1.5 Omgaan met andere mensen 26
1.6 Emotionele intelligentie 30
1.7 Hart of hoofd? 34
1.8 Denkfouten 37
2 Wie ben ik als professional? 40
2.1 Soorten werknemers 40
2.2 De juiste beslissingen nemen 42
2.3 Omgaan met de tijd 46
2.4 Omgaan met uitstelgedrag 50
2.5 Samenwerken 53
2.6 Werken in een team 55
2.7 Empathie: de juiste balans 57
2.8 Met confl icten omgaan 60
2.9 Leidinggeven 66
3 Hoe sta ik in mijn werk? 70
3.1 Werkwaarden 72
3.2 Emotionele arbeid 73
3.3 Met stress omgaan 77
6 Kerncompetenties kraamverzorgenden in ontwikkeling
3.4 Als de stress te veel wordt 80
3.5 Grenzen aangeven 84
3.6 De toekomst 89
3.7 Leren als houding 91
3.8 Doelen slim verpakken 94
3.9 Wat houdt je tegen? 96
3.10 Zelfstandig of in loondienst? 98
Literatuur 100
Over de auteurs 103
Voorwoord
Als kraamverzorgende beschik je in ruime mate over het unieke talent
dat je nodig hebt om te kunnen werken in de zorg, namelijk het zorg-
talent. Vroeger werd dat wel ‘roeping’ genoemd. Wij, je collega’s van
de beroepsvereniging, spreken liever van talent en het vermogen dat
talent om te zetten in professionele zorg die mensen sterker maakt.
Professionele zorg die bestaat uit ondersteuning bij praktische zaken,
maar ook uit het delen van kennis en ervaring en het vermogen tot
meeleven met en bemoedigen van mensen.
Om goed voor anderen te kunnen zorgen, moet je in onze ogen goed
voor jezelf kunnen zorgen. Goed weten wat je sterke en zwakke kanten
zijn, is daarvan een belangrijk aspect. Je hoeft niet alles even goed te
kunnen, als je maar weet waar je goed in bent en wat jouw sterke kan-
ten zijn. Want als je die sterke kanten weet in te zetten, dan genieten de
gezinnen optimaal van jouw zorgverlening. Zelf zul je je steeds zeker-
der gaan voelen en volop bevrediging uit je werk halen. En je zwakke
kanten? Tja, niemand kijkt graag naar zijn zwakke kanten. Maar als je
die onder ogen durft te komen en er (een beetje) aan durft te sleutelen,
dan voelt dat goed. Je wordt beter in je werk en voelt je zelfverzekerder.
Op die manier kun je nog meer genieten van je talenten en kunnen
deze volop tot bloei komen.
Kortom, ken jezelf, bemoedig ook jezelf als mens en als professional,
en leef ook mee met jezelf. Zorgverleners zijn niet gewend zo te den-
ken, maar wij zijn van mening dat daar voor een goede kwalitatieve
zorgverlening juist verandering in moet komen. Wat we bedoelen,
is dat zorgverleners er goed aan doen om ook zichzelf de erkenning
te geven voor al het goede en mooie werk dat ze doen. Dit boek on-
dersteunt je daar op unieke en nieuwe wijze bij. Wij zijn in dit kader
blij met dit boek en zijn van mening dat de stof die behandeld wordt
kraamverzorgenden helpt hun vak nog beter uit te oefenen.
8 Kerncompetenties kraamverzorgenden in ontwikkeling
Namens het bestuur van de NBvK
Tineke Bogaard,
voorzitter
Siska de Rijke,
vicevoorzitter
www.nbvk.nl
[email protected]
De Nederlandse Beroepsvereniging voor Kraamverzorgenden zet
zich in voor een betere positie van kraamverzorgenden en een
goede inhoud van de zorgverlening. Zo beschermen en verbeteren
we de unieke zorgverlening van de kraamverzorgende. Dit doen
we samen met onze leden en met vele anderen die betrokken zijn
bij kraamzorg.
Inleiding
Werken in de zorg is tegenwoordig andere koek
Werken in de zorg is anno 2010 wat anders dan dertig jaar geleden.
Dat geldt vooral voor de kraamzorg. Gezinnen zijn ondertussen
complexer geworden en het gezinsleven drukker. Mensen trouwen,
scheiden en hertrouwen. Mensen hebben biologische kinderen, maar
ook stief- of pleegkinderen. En er zijn vrouwen die weliswaar voor een
kind kiezen, maar niet voor een man: de bewust alleenstaande moeder
(BAM-moeder). Bovendien zijn moeders tegenwoordig niet alleen
meer huisvrouw, maar werken ze vaak ook buiten de deur.
Dat alles maakt werken in de kraamzorg interessanter maar ook in-
gewikkelder. Daar komt nog eens bij dat we tegenwoordig veel meer
doordrongen zijn van het belang van een goede opvoeding, en daar-
mee van een goede start. Daarin speelt natuurlijk de kraamverzor-
gende een belangrijke rol. Want zij helpt ervoor te zorgen dat de baby
en het kraamgezin een goede start maken. Was een kraamverzorgende
vroeger vooral iemand die praktische instructies gaf en schoonmaakte,
tegenwoordig wordt van een kraamverzorgende veel meer verwacht.
Zo hoort nu ook een stukje vroegsignalering tot het takenpakket van
de kraamverzorgende. Kortom, als kraamverzorgende moet je tegen-
woordig sterk in je schoenen staan!
Waar het om draait
De ‘Basiskwaliteitseisen Kraamzorg’, het document waarin staat wat
je als kraamverzorgende allemaal moet kunnen, onderscheidt de vol-
gende kerncompetenties:
(cid:16)(cid:3) verzorging en controle van kraamvrouw en kind;
(cid:16) (cid:3) opstarten borstvoeding aan de hand van het UNICEF-borstvoeding-
protocol;
(cid:16) (cid:3) geven van voorlichting en instructie aan de kraamvrouw en haar
partner;
10 Kerncompetenties kraamverzorgenden in ontwikkeling
(cid:16)(cid:3) observeren van de psychische en lichamelijke toestand van moeder
en kind, inclusief het vroegtijdig signaleren van (mogelijke) proble-
men bij het kind en/of in het gezin en het doorgeven daarvan aan de
relevante instantie;
(cid:16) (cid:3) rapporteren van de dagelijkse gang van zaken en zaken die van be-
lang zijn voor de overdracht;
(cid:16) (cid:3) zorgen voor een hygiënische omgeving;
(cid:16) (cid:3) verzorgen en/of opvangen van huisgenoten, bezoek en eventuele
huisdieren;
(cid:16) (cid:3) het uitvoeren van bepaalde huishoudelijke taken.
Dit lijken allemaal hele praktische taken, en dat zijn het ook. Maar om
ze goed uit te kunnen voeren, heb je wel de juiste psychologische en
sociale bagage nodig. Je moet bijvoorbeeld met mensen om kunnen
gaan en niet te onzeker zijn om dingen uit te leggen.
Je psychologische rugzakje
Om in voldoende mate over de bovengenoemde kerncompetenties te
beschikken, zal een kraamverzorgster de volgende zeven psychologi-
sche en sociale eigenschappen moeten ontwikkelen:
(cid:16) (cid:3) Stressbestendigheid. Dit houdt in dat je om kunt gaan met werkdruk,
innerlijke druk, sociale druk en onverwachte omstandigheden.
(cid:16) (cid:3) Goed communicatief vermogen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat je een
praatje kunt maken, anderen op hun gemak kunt stellen, goed din-
gen uit kunt leggen, durft te vragen om waar je behoefte aan hebt,
en kritiek op de juiste manier kunt ontvangen en geven.
(cid:16) (cid:3) Empathie. Met andere woorden, je kunt je inleven in andere mensen
en hun gevoelens, en voelt aan wat anderen nodig hebben.
(cid:16) (cid:3) Doortastendheid. Daar verstaan we onder dat je snel de juiste beslis-
singen kunt nemen, fl exibel bent en kunt ‘doorpakken’. Je laat je
niet ontmoedigen door angsten of andere mensen.
(cid:16) (cid:3) Zelfvertrouwen. Dit houdt in dat je weet wie je bent en waar je voor
staat. Voor zelfvertrouwen is zelfkennis belangrijk: je herkent en
erkent je sterke en zwakke punten en weet wat je nog moet leren.
(cid:16) (cid:3) Planmatigheid. Dit houdt in dat je structuur kunt aanbrengen, prio-
riteiten kunt stellen, op planmatige wijze te werk gaat en het over-
zicht houdt.
(cid:16) (cid:3) Open en kritische houding. Dit betekent dat je openstaat voor nieuwe
mogelijkheden en andere mensen, ook al zijn die anders dan jij. Je
hebt bovendien een kritische blik ten opzichte van jezelf, collega’s
en degene die zorg behoeft.
Inleiding 11
Het klinkt allemaal heel logisch, maar het is echt niet vanzelfsprekend
dat je deze eigenschappen bezit. Want waar leer je dat allemaal pre-
cies? Het kan zijn dat je bent opgegroeid in een fi jn gezin, waar je goed
hebt leren communiceren en hebt geleerd hoe je het beste met stress
kunt omgaan. Maar misschien kom je wel helemaal niet uit zo’n gezin.
En op school leer je vaak wel rekenen en aardrijkskunde, maar niet
zaken die er in het leven écht toe doen, zoals met anderen omgaan en
zelfi nzicht. Die dingen moet je voor een groot deel zelf zien uit te zoe-
ken. En dat gaat met vallen en opstaan. Daarbij kun je wel een steuntje
in de rug gebruiken.
Eén zo’n steuntje geeft de Nederlandse Beroepsvereniging voor
Kraamverzorgenden (NBvK). De NBvK organiseert bijeenkomsten
waar je met andere kraamverzorgenden kunt praten en ervaringen
kunt uitwisselen. Ook organiseert de NBvK cursussen op het gebied
van borstvoedingsbijscholing, doula-workshops en andere bijeenkom-
sten waar leden collectief interesse voor hebben.
Een ander steuntje in de rug is dit boek. Dit boek helpt studenten
kraamzorg en kraamverzorgers die al in de praktijk werken om de psy-
chische en sociale eigenschappen te ontwikkelen die ze nodig hebben
om goed te kunnen werken in de kraamzorg. Het boek bevat informa-
tie en opdrachten waarmee je inzicht krijgt in je eigen functioneren
en die je stimuleren om jezelf te ontwikkelen. De informatie in het
boek kan ook discussies met collega’s aanzwengelen, bijvoorbeeld in
teamvergaderingen. En dat kan helpen om elkaar beter te begrijpen en
op een prettiger manier samen te werken. Het boek is geordend rond
drie thema’s, namelijk: ‘Wie ben ik als mens?’, ‘Wie ben ik als profes-
sional?’ en ‘Hoe sta ik in mijn werk’? Het zijn vragen die voor iedereen
van belang zijn.
Helemaal of in delen
Het beste is natuurlijk dat je dit boek helemaal doorneemt. Maar dat
hoeft niet. Heb je weinig tijd, dan kun je ook alleen werken aan die ei-
genschappen die er voor jou het meest toe doen. In onderstaand sche-
ma zie je in welke onderdelen van het boek de zeven psychologische en
sociale eigenschappen terugkomen.
In sommige paragrafen komen meerdere eigenschappen tegelijk aan
bod. Bovendien kunnen veel van deze eigenschappen niet helemaal los
van elkaar worden gezien. Werk je bijvoorbeeld aan je zelfvertrouwen,
dan worden automatisch ook je communicatieve vermogens beter. Im-
mers, wie zich beter voelt over zichzelf, is ook minder verlegen in het