Table Of ContentHysterica in de middeleeuwen
Onderzoek naar het Heilige Vasten
Lidwina van Schiedam na haar val op het ijs
Masterscriptie Universiteit van Amsterdam
Helmi Willems (9658742)
Scriptiebegeleider dr. W.A.W. (Wendelien) van Welie-Vink
Tweede lezer prof. dr. C.A. (Claudine) Chavannes-Mazel
Augustus 2012
1
Inhoudsopgave
Voorwoord p. 2
Hoofdstuk 1 – Inleiding: leven van de hostie, is er een beeldtraditie p. 4
Hoofdstuk 2 – Het leven van Lidwina van Schiedam in beeld p. 7
Hoofdstuk 3 – Vastenwonderen in de Oudheid p. 12
3.1 De profeet Elia p. 13
3.2 Paulus de kluizenaar p. 13
3.3 Antonius van Egypte p. 14
3.4 Maria van Egypte (Maria Aegyptiaca) p. 14
3.5 Gerrit de kluizenaar p. 15
Hoofdstuk 4 – Vastenwonderen in de middeleeuwen p. 17
Hoofdstuk 5 – Het heilige vasten: identificatie met het Lijden van p. 21
Christus of obessie met het Lichaam van Christus
5.1 Historie p. 21
5.2 Wat dreef vrouwen in de middeleeuwen zich over te geven aan p. 22
extreme vastenpraktijken
5.3 Weerstand van de Kerk p. 24
5.4 Hekserij en bezetenheid door de Duivel p. 24
5.5 Het feest van Corpus Christi p. 26
Hoofdstuk 6 – De omgekeerde wereld: vraatzucht p. 28
6.1 De geschiedenis van vraatzucht p. 30
Bijlage - De legenden van een aantal heilige vrouwen van dichtbij p. 33
bekeken
Lidwina van Schiedam p. 33
Lutgard van Tongeren p. 40
Maria van Oignies p. 41
Alpaïs van Cudot p. 41
Catharina van Siena p. 42
Colomba van Rieti p. 45
Francesca Romana p. 46
Margaretha van Cortona p. 47
Angela van Foligno p. 48
Conclusie p. 51
Bibliografie p. 54
Lijst van afbeeldingen p. 57
1
Voorwoord
Door een afbeelding van de Heilige Lidwina van Schiedam ben ik op het spoor
van mijn scriptie gezet. Deze afbeelding is een houtsnede uit 1498 uit: Johannes
Brugman. Vita alme virginis Lijdwin. Otgier Pietersz. Nachtegael (drukker). De
houtsnede laat Lidwina zien nadat zij op het ijs ten val is gekomen. Afbeelding 1:
Lidwina na haar val op het ijs.
Lidwina werd geboren in 1380 en stierf in 1433. In 1395, Lidwina was toen bijna
vijftien jaar oud, kwam zij op het ijs ten val. Zij raakte gewond en door allerlei
complicaties werd zij voor de rest van haar leven bedlegerig. Zij heeft haar bed
nooit meer verlaten. De gruwelijke wonden die zij had zijn op plastische wijze
beschreven in Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam 1. Lidwina was in
eerste instantie opstandig over hetgeen haar was overkomen. Een priester wist
haar ervan te overtuigen standvastig te zijn, te geloven in God en zich te
verdiepen in het lijden van Christus. Lidwina volgde deze raad op en heeft zich
zodanig vereenzelvigd met het lijden van Christus dat zij zeer levendige
visioenen kreeg, waarin Christus en engelen een grote rol speelden. Lidwina kon
geen voedsel meer tot zich nemen en heeft vele jaren geleefd op slechts de
heilige eucharistie, die haar door een priester werd gebracht. Dat gebeurde op
onregelmatige tijden, soms maar eens in de paar weken. Tot aan haar dood in
1433 heeft zij dit volgehouden.
Een verhaal als dat van Lidwina roept de vraag op of dit een op zichzelf staand
geval is. Zijn er meer jonge vrouwen geweest die in leven bleven terwijl zij zich
slechts voedden met de heilige eucharistie? Wat dreef hen tot extreme
vastenpraktijken, is hun motivatie van religieuze aard? Waar en wanneer leefden
zij? Wat was er specifiek aan hun situatie? Hoe werden zij afgebeeld, ligt in hun
iconografie de nadruk op het “hostiewonder”? Zijn er gerelateerde verhalen
bekend, bijvoorbeeld van mensen die langere tijd zonder voedsel leefden?
In deze scriptie ga ik als volgt te werk: uitgangspunt is het zoeken van
afbeeldingen waarop Lidwina en eventueel andere heiligen de heilige hostie in
ontvangst nemen. In hoofdstuk 1 komt aan de orde of deze afbeeldingen er zijn.
In hoofdstuk 2 schets ik een aantal episodes uit het leven van Lidwina aan de
hand van verschillende afbeeldingen. Hoofdstuk 3 gaat een stap terug in de tijd:
Lidwina en haar tijdgenoten hadden voorbeelden uit de eerste eeuwen na
Christus, de woestijnvaders en hun vastenpraktijken en voedselwonderen zijn
een vooraankondiging van hun levens. In hoofdstuk 4 komen de vastenwonderen
uit de late middeleeuwen aan bod en in hoofdstuk 5 probeer ik een verklaring te
vinden voor het heilige vasten van Lidwina een haar tijdgenoten. Als
tegenhanger van al dit vasten neem ik in hoofdstuk 6 de vraatzucht onder de
1 Het Leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. De Middelnederlandse tekst naar de bewaarde bronnen
uitgegeven, vertaald en van commentaar voorzien door Ludo Jongen en Cees Schotel. Verloren, Hilversum,
1994.
2
loep. De beschrijvingen van de legendes van Lidwina en een aantal andere
heiligen uit haar tijd neem ik op in de bijlage, na hoofdstuk 6.
Het uitwerken van het verhaal van Lidwina en haar iconografie en het
verzamelen van gerelateerde verhalen en afbeeldingen vormt het startpunt van
deze scriptie. Ik ben benieuwd waar deze weg mij brengt en welke ontdekkingen
ik ga doen!
Graag wil ik mijn studiebegeleider, dr. W.A.W. (Wendelien) van Welie-Vink,
hartelijk danken voor het niet aflatende enthousiasme waarmee zij het maken
van deze scriptie begeleid heeft.
De heer Kees van Schooten van Rijksmuseum Het Catharijneconvent in Utrecht
heeft een genereus gebaar gemaakt en mij in het bezit gesteld van alle negen
afbeeldingen die ik graag voor mijn scriptie wilde hebben van Lidwina van
Schiedam. Alle afbeeldingen zijn afkomstig uit het al eerder genoemde
handschrift van Johannes Brugman uit 1498: Vita alme virginis Lijdwin.
Catalogusnummer van Het Catharijneconvent BMH 144. Hartelijk dank!
3
Hoofdstuk 1 – Inleiding: leven van de hostie, is er een beeldtraditie
Lidwina van Schiedam heeft achtentwintig jaar geleefd zonder voedsel tot zich te
kunnen nemen. Het enige dat zij in al die jaren zonder problemen door kon
slikken was de heilige hostie. Dat is een bijzonder verhaal. Op zoek naar
afbeeldingen van Lidwina die de hostie in ontvangst neemt, kwam ik erachter dat
deze niet voor het oprapen liggen. Het levensverhaal van Lidwina is al
opgetekend in de tweede helft van de vijftiende eeuw, de eeuw waarin zij
gestorven is.
Rijksmuseum Het Catharijnecovent in Utrecht heeft twee handschriften in haar
bezit met de vita van Lidwina. Dit zijn Vita alme virginis Lijdwin, geschreven door
Johannes Brugman in 1498 en gedrukt door Otgier Pietersz. Nachtegael en Leven
ende hystorie der saligher maghet Liedwij van Schiedam, uitgegeven door
dezelfde Otgier Pietersz. Nachtegael in 1505. Het werk van Brugman is volgens
het museum een Latijnse kopie van het originele handschrift Hier begint dat
leven der heiliger maghet Liedewij van Schiedam, van Jan Gerlachs uit de
tweede helft van de 15e eeuw. Het museum bezit een drietal pagina’s uit dit
handschrift. De handschriften uit 1498 en 1505 zijn geïllustreerd met
houtsneden, de houstsneden in het handschrift uit 1498 zijn ingekleurd. In geen
van beide versies komt een afbeelding voor van Lidwina die de hostie ontvangt.
Er is één afbeelding van Lidwina, beschreven in hoofdstuk 2, waarop Lidwina in
relatie tot de hostie is afgebeeld. Zij neemt de hostie echter niet in ontvangst, zij
weigert hem aan te nemen. De afbeelding laat volgens mij het moment zien
waarop Lidwina op de proef wordt gesteld en haar een ongewijde hostie wordt
aangeboden. Afbeelding 2: Lidwina weigert de ongewijde hostie.
Het wonder van het in leven blijven van Lidwina door slechts het consumeren
van de heilige hostie blijkt niet op zichzelf te staan. Lidwina is één van de
vrouwen die zich in de late middeleeuwen, vanaf de 12e eeuw tot en met de 15e
eeuw, overgaven aan extreme vastenpraktijken en hevig verlangden naar de
heilige hostie die hen lichamelijk volkomen verzadigde en hen zich liet
vereenzelvigen met het lijden van Christus. Lidwina werd onder andere
voorgegaan door Christina Mirabilis (1150–1224), Alpaïs van Cudot (1155–1211)
en Catharina van Siena (1347–1380) en gevolgd door Francesca Romana (1384–
1440) en Colomba van Rieti (1467-1501).
Van alle heiligen die bekend staan om hun extreme vastenpraktijken en het in
leven kunnen blijven door slechts de hostie te consumeren zijn er maar enkelen
waarvan ik een afbeelding heb kunnen vinden van het moment waarop zij de
hostie consumeren. Dat zijn Catharina van Siena en Francesca Romana. Dat zijn
er zeer weinig (!) en ik vraag mij af waarom dat zo is. Ik heb daar wel ideeën
over.
De positie van vrouwen in de middeleeuwen was ondergeschikt aan die van de
man. Dat was niet alleen op maatschappelijk gebied zo maar voornamelijk op
religieus gebied. De vrouwen die zich overgaven aan extreme vastenpraktijken
4
en vereenzelviging met het lijden van Christus, waren onafhankelijke vrouwen
die een harde strijd moesten leveren om het leven te leiden dat zij voor ogen
hadden. De Kerk hield niet van onafhankelijke vrouwen en wilde haar
machtspositie niet afstaan. De Kerk zag zichzelf als middelaar tussen God en de
gelovige en kon het niet verdragen dat er sprake was van een een-op-een relatie
tussen God en een gelovige. Veel vrouwelijke heiligen streefden naar een
exclusieve relatie met Christus, hun hemelse bruidegom, en hadden er alles voor
over om zich met Hem te verenigen. Zelfs hun leven want deze vastenpraktijken
hadden vaak de dood tot gevolg.
De hostie was het Lichaam van Christus. Het afbeelden van het consumeren van
de hostie door vrouwen zou als oneerbiedig kunnen worden bestempeld. In het
levensverhaal van Lidwina komt bijvoorbeeld een episode voor waarin Lidwina in
haar kamer wordt bezocht door Christus, in de gedaante van een kind aan het
kruis. Op het moment dat Lidwina haar vader aan hoort komen vraagt zij Hem
haar een teken te geven van zijn aanwezigheid. Hij verandert daarop in een
hostie met vijf bloedende wonden. Deze speciale hostie wordt door de priester
die Lidwina bezoekt niet als echt beschouwd en hij beschuldigt Lidwina van
bezetenheid door de Duivel. Na lang aandringen is hij genegen Lidwina de hostie
toe te dienen en zij kan hem zonder problemen doorslikken, daarmee is de
heiligheid van de hostie bewezen. Ook dit moment is in de vita van Lidwina niet
afgebeeld.
Wat mij opvalt is dat ook in de werken van onderzoekers die zich intensief
hebben beziggehouden met het onderwerp “vrouwen, voedsel & (heilig) vasten in
de middeleeuwen”, zoals Caroline Walker Bynum, Rudolph Bell en Ron van Deth
& Walter Vandereycken,2 nauwelijks afbeeldingen voorkomen van heiligen die de
hostie ontvangen. In “Holy Feast and Holy Fast” staat één afbeelding van de
heilige Colette van Corbie, een gedeeelte van een drieluik in het bezit van het
klooster van de clarissen in Gent, waarop Colette de hostie ontvangt. Afbeelding
3. Er staat verder nog één afbeelding in hetzelfde boek van Christus die de
wonde in zijn zijde toont en een hostie aanbiedt aan een niet nader genoemde
non uit de orde van de clarissen. Dit is een werk van Quirizio da Murano getiteld
The Savior, het hangt in de Accademia in Venetië. Afbeelding 4.
In “Van Vastenwonder tot Magerzucht” staat wel de al eerder genoemde
afbeelding waarop Lidwina de haar aangeboden, vermoedelijk ongewijde, hostie
weigert.
2 Walker Bynum, Caroline. Holy Feast and Holy Fast. The religious significance of food to medieval women.
University of California Press, Berkeley and Los Angeles, 1987 & Fragmentation and Redemption. Essays on
Gender and the Human Body in Medieval Religion. Zone Books, New York, 1992. Deth, Ron van en
Vandereycken, Walter. Van vastenwonder tot magerzucht. Anorexia nervosa in historisch perspectief. Boom,
Meppel Amsterdam, 1988. Bell, Rudolph, M. Sancta Anorexia. Vrouwelijke wegen naar heiligheid Italië 1200-
1800. Uitgeverij Wereldbibliotheek bv, Amsterdam, 1990, pp. 41-42. Vertaling van: Holy Anorexia. University of
Chicago, Chicago Illinois, 1985.
5
Moet de conclusie dan zijn dat er geen beeldtraditie is van vrouwen die de hostie
ontvangen. Laat ik dan maar gaan kijken naar de wijze waarop Lidwina is
afgebeeld en naar de afbeeldingen die er wel zijn van bijzondere manieren van
voedsel ontvangen. In hoofstuk 2 licht ik een aantal afbeeldingen van Lidwina
toe en in hoofdstuk 3, waarin de vastenwonderen in de Oudheid worden belicht,
bespreek ik de afbeeldingen die ik in dat kader heb gevonden.
6
Hoofdstuk 2 – Het leven van Lidwina van Schiedam in beeld
De meest bekende afbeelding van Lidwina van Schiedam, de heilige die tientallen
jaren van haar leven in bed moest doorbrengen, is die van haar val op het ijs.
Met die val begon haar lijdensweg. Tijdens het schaatsen in 1395, zij was toen
bijna vijftien jaar, is Lidwina ongelukkig ten val gekomen doordat een
vriendinnetje in volle vaart tegen haar aanbotste. Zij viel op een stapel
ijsschotsen en brak een rib in haar rechterzij. Op die plek ontstond een groot
gezwel, dat niet meer te genezen was.3 De afbeelding laat Lidwina zien na haar
val op het ijs. Zij ligt nog half op haar rechterzijde en wordt overeind geholpen
door twee vriendinnen. Onder haar de stapel ijsschotsen waarop zij gevallen is.
Op de achtergrond zijn de stadsmuren van Schiedam te zien en rondom Lidwina
en haar vriendinnen gaat de ijspret rustig door. Afbeelding 1: Lidwina na haar val
op het ijs.
Van 1414 tot 1421 at Liedewij helemaal niets en sliep ze nauwelijks twee
nachten. Zij leed ontzettend veel pijn; ze verloor zelfs haar darmen. Bovendien
leefden veel grauwe, slijmerige wormen in haar lichaam. Ze waren zo dik als het
uiteinde van de spil van een weefgetouw en zo lang als het kootje van een pink.
Die teerden op haar lichaam. Desondanks stonk het niet.4
In 1412 gaf ze grote stukken van haar longen, lever en darmen over, die een
geur van kostbare kruiden verspreidden. In haar lichaam had ze drie gaten, elk
bijna zo groot als de palm van een hand. Eén daarvan zat in haar buik en daaruit
kropen de eerder genoemde wormen. Voor deze wond maakte men een pleister
van honing, tarwemeel, room en vet van paling of gesneden haan, waar men het
poeder van oud, in een over gedroogd rundvlees overheen strooide. De pleister
legde men op het gat, opdat de wormen die haar anders opgevreten zouden
hebben, zich erin zogen. Wanneer men de oude pleister verving, zaten er kleine
grauwe maden met zwarte koppen in. Deze maden waren zo lang als een
vingernagel en riekten aangenaam. Haar onderlijf was helemaal verrot; daarop
legde men een zakje van zachte wol ter breedte van een hand, omdat haar
darmen uit haar buik dreigden te komen.5
Lidwina wordt onderzocht door haar arts Govaart Sonderdanc.6 In de linkerhoek
van de afbeelding is in de achtergrond een doorkijkje te zien naar de kamer van
Lidwina. Zij ligt in bed en haar arts onderzoekt haar discreet. Van Lidwina zijn
haar hoofd en haar half ontblote bovenlichaam te zien. De voorgrond toont
Lidwina in bed na het onderzoek. Zij is tot onder haar buik ontbloot, de wormen
kruipen uit haar lichaam en zij ziet er zwaar ziek uit. Boven haar hoofd hangt een
kruisbeeld. Voor het bed, met zijn rug naar Lidwina toe, staat Govaart
3 Jongen en Schotel, 1994, p. 25
4 Jongen en Schotel, 1994, p. 27
5 Jongen en Schotel, 1994, p. 29
6 Govaart Sonderdanc was lijfarts en de zoon van Guillaume Sans Gré. In 1397 trad hij in dienst van Albrecht
van Beieren, na de dood van Albrecht in 1404 werd hij de chirurgijn van Willem VI. Jongen en Schotel, 1994, p.
162
7
Sonderdanc die in gesprek is met twee vrouwen en een beker leeggooit waar
ongetwijfeld viezigheid uit Lidwina’s lichaam in heeft gezeten. Het verhaal van
Lidwina’s verrotte lichaam is hier zeer plastisch uitgebeeld. Boven het bed van
Lidwina hangt een afbeelding van Christus aan het Kruis. Afbeelding 5: Lidwina
in bed, wordt onderzocht door haar arts.
Lidwina kon zelf niet eten, zij liet echter regelmatig voedsel aan de armen
uitdelen. Dat Lidwina, net als Christus, een aantal voedselwonderen heeft
bewerkstelligd, heb ik beschreven in de bijlage, pagina´s 33 tot en met 39,
waarin de legende van Lidwina uitgebreid aan de orde komt. Op de afbeelding is
Lidwina te zien, liggend in haar bed en half ontbloot. Zij ziet er redelijk goed uit.
Voor haar deur verdringen de armen en zieken elkaar om het voedsel te
bemachtigen. Op deze afbeelding ontbreekt het Christusbeeld. Dit gegeven zou
kunnen wijzen op de verbintenis tussen Christus en Lidwina. Christus heeft zelf
diverse voedselwonderen verricht, denk aan de wonderbaarlijke
vermenigvuldiging van broden en vissen en de bruiloft te Kanaa waar Hij water
in wijn veranderde, en nu Lidwina hem op deze manier navolgt is Hij, weliswaar
slechts symbolisch, toch aanwezig. Afbeelding 6: Lidwina deelt voedsel uit aan de
armen.
Lidwina heeft vrijwel haar hele leven doorgebracht in bed, zonder voedsel tot
zich te nemen en zelfs nauwelijks in staat een slokje water binnen te houden.
Oneerbiedig gezegd, het is ook duidelijk te zien op afbeelding 2, lag zij letterlijk
te rotten in haar bed. Het enige dat zij zonder problemen kon doorslikken, en
ook binnenhouden, was de heilige eucharistie. Ik ben ervan uitgegaan dat het
ontvangen van de eucharistie een belangrijk thema was in de afbeeldingen die
van Lidwina zijn overgeleverd. In het eerder genoemde boek van Ludo Jongen en
Cees Schotel heb ik echter slechts één afbeelding aangetroffen van Lidwina in
relatie tot de communie. Lidwina ligt in haar kamer in bed. Zij rust in de kussens,
haar hoofd en een gedeelte van haar blote schouders en linkerarm zijn zichtbaar.
Pastoor Andries biedt haar de heilige communie aan. Dat is althans het
onderschrift bij de afbeelding op pagina 40 van het boek van Jongen en Schotel.
In feite heeft hij de hostie nog in zijn hand, Lidwina maakt een gebaar met haar
hand maar niet om de hostie aan te kunnen pakken. Als je goed kijkt zie je dat
zij een afwerend gebaar maakt en dat deze afbeelding vermoedelijk het moment
uitbeeldt waarop pastoor Andries, die niets geloofde van alle wonderlijke
verhalen die over haar de ronde deden, Lidwina een ongewijde hostie aanbiedt.
Lidwina spuwde de ongewijde hostie direct uit en maakte de pastoor, die
woedend was omdat zij de hostie uitspuwde, duidelijk dat zij heel goed in staat
was een ongewijde van een gewijde hostie te onderscheiden.7 Op een tafeltje
naast haar bed staat de kelk waarin de ongewijde hostie vervoerd is. Ook op
deze afbeelding ontbreekt het kruisbeeld. Een verklaring hiervoor had kunnen
zijn dat het lichaam van Christus al in een andere vorm aanwezig is: als de
hostie. Dat is dan wel weer tegenstrijdig in het licht van mijn eerder genoemde
7 Jongen en Schotel, 1994, pp. 47-48
8
veronderstelling dat dit niet het moment is waarop Lidwina de communie
ontvangt. Afbeelding 2: Lidwina weigert de ongewijde hostie.
Op een andere afbeelding is te zien dat Lidwina de stigmata ontvangt. Zij ligt in
haar bed, Christus staat in haar kamer met het kruis in zijn handen. Uit zijn
handen en voeten komen stralen die naar de handen, voeten en zijde van
Lidwina reiken. Lidwina heeft zich altijd vereenzelvigd met de passie van Christus
en kon daardoor haar eigen lijden verdragen. Op deze afbeelding is evenmin een
kruisbeeld te zien; dat lijkt mij logisch omdat Christus zelf aanwezig is in de
kamer en het ligt in lijn met de scène van afbeelding 4, waarop Lidwina de hostie
ontvangt. Afbeelding 7: Lidwina ontvangt de stigmata.
Een scène uit haar levensverhaal die ik had verwacht aan te treffen in de
afbeeldingen is die waarin Lidwina een verschijning in haar kamer heeft in de
gedaante van Christus als kind, aan het kruis. Deze episode beschrijft hoe
Lidwina de transformatie mag aanschouwen van het Christuskind in een hostie
met vijf, bloedende wonden. Deze hostie vertegenwoordigt het grootste wonder
dat in haar vita beschreven is. Er is echter geen afbeelding van.
Toen zij haar ogen opsloeg, zag zij aan het voeteneinde van haar bedstede een
kruis, waaraan een Kind van vlees en boed hing met vijf wonden. Terstond
vereerde zij Het als Onze Heer Jezus Christus, en ze dankte Hem voor het feit
dat Hij Zich op deze manier openbaarde.8
Op dat moment komt haar vader de kamer binnen en Lidwina vraagt de
verschijning een tastbare herinnering achter te laten.
Het gekruisigde Kind daalde direct neer en veranderde in een hostie, een beetje
groter dan die welke leken bij de communie krijgen, en omgeven door
schitterende stralen. Hij bleef in de lucht hangen, een klein stukje boven het
laken. De hostie had vijf wonden: in de handen, in de voeten en in de
rechterzijde. Deze laatste zat vol geronnen bloed en was ongeveer zo groot als
een halve erwt.9
Omdat het strenge vasten van Lidwina en het feit dat zij in leven bleef op slechts
de consumptie van de heilige eucharistie, de rode draad van haar leven en lijden
vormt zou deze gebeurtenis naar mijn idee prominent afgebeeld moeten zijn. Dat
is niet het geval: wel afgebeeld is de scène waarin pastoor Andries, aan wie
Lidwina de gebeurtenis had beschreven getuigenis aflegt aan bisschop Matthijs.
De pastoor had Liwina tijdens een dienst in de kerk beticht van bezetenheid door
de Duivel en de kerkgangers waren woedend op hem geworden. Hij wist namelijk
dat Lidwina niet loog; zij heeft de hostie na flink aandringen uit zijn handen
ontvangen en kon hem zonder problemen doorslikken.10 Op de afbeelding
waarop pastoor Andries aan de tand wordt gevoeld, ligt Lidwina op de
8 Jongen en Schotel, 1994, p. 49
9 Jongen en Schotel, 1994, p. 49
10 Jongen en Schotel, 1994, pp. 51-53
9
Description:16e eeuw, waarvan de maker onbekend is, is de heilige Antonius Abt te zien 16 Van der Horst, 1998, pp de voorgeschiedenis van Parzifal.