Table Of ContentHelpen
Alfons
bij
Vansteenwegen
partner
Het
relatie
praktijk
problemen
boek
derde, herziene druk
Bohn Stafl eu van Loghum
Helpen bij partnerrelatieproblemen
Helpen bij
partnerrelatie-
problemen
Het praktijkboek
Alfons Vansteenwegen
Derde, herziene druk
Bohn Stafleu van Loghum
Houten 2005
©2005 Bohn Stafleu van Loghum, Houten
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opge-
slagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm
of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of
enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voorzover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel
16B Auteurswet 1912 j˚ het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij
Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de
daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht
(Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze
uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet
1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.
ISBN 90 313 4439 7
NUR 777
Ontwerp omslag: Studio Bassa, Culemborg
Eerste druk 1983
Tweede druk 1996
Derde druk 2005
Bohn Stafleu van Loghum Distributeur in België:
Het Spoor 2 Standaard Uitgeverij
Postbus 246 Belgiëlei 147a
3990 GAHouten 2018 Antwerpen
www.bsl.nl www.standaarduitgeverij.be
Inhoud
Inleiding 7
1 Het eerste contact 8
2 De taxatiefase 22
3 Voortdurend structureren 41
4 Tijdruimtelijke opstelling 47
5 Analoge signalen 53
6 Cognitief herstructureren 58
7 Communicatie 85
8 Relationele gevoelens in relatietherapie 106
9 Onderhandelen in partnerrelatietherapie 114
10 Veranderen van de interactie 158
11 Bewuste aanvaarding 197
12 Weerstanden en partnerrelatietherapie 200
13 Aanpak van seksuele problemen in relatietherapie 211
14 Beslissings- en scheidingsbegeleiding 227
15 Interventies bij problemen in verband met extradyadische relaties 239
16 ‘Niets doen’als therapeutische vaardigheid 255
17 Afsluiten 257
Nawoord 265
Dankwoord 268
Literatuur 269
Register 279
Over de auteur 287
Inleiding
Dit is een praktijkboek. Het legt precies uit hoe men relatietherapie doet. De
relatietherapie wordt volledig en in detail beschreven, van het eerste contact
tot en met de afsluiting. Informatie over de theorie achter de methode en het
onderzoek over het proces en het effect van deze therapievorm vindt men in
het nawoord.
Dit praktijkboek wordt in vele opleidingen in Nederland en Vlaanderen
gebruikt en werd ondertussen vele malen bijgedrukt. Na een aantal jaren
drong een grondige herziening van de tekst zich op. In de tweede druk werd
meer aandacht besteed aan het werken met relationele gevoelens, aan de aan-
pak van seksuele problemen in de relatie en aan problemen in verband met
relaties met derden. Er werd een onderscheid gemaakt tussen paradoxale en
verrassende opdrachten. Het schema van het ‘intiem onderhandelen’ werd
herzien, evenals het ‘rapport aan het paar’. Vele nieuwe therapeutische tech-
nieken werden met originele gevalsbeschrijvingen geïllustreerd.
Bij de derde druk
Deze derde druk houdt rekening met de nieuwe trends die zich recent in de
relatietherapie aftekenen:
– aandacht voor de bewuste aanvaarding, naast alle technieken voor ver-
andering;
– meer aandacht voor de ‘verzachtende vaardigheden’: manieren van ont-
spanning en relaxatie;
– meer aandacht voor wat elke partner zelf aan de relatieproblemen kan
doen;
– meer aandacht voor het positieve en de reeds bestaande oplossingen;
– meer aandacht voor de verworvenheden van onderzoek, zowel op het
vlak van de samenleefrelatie als op het vlak van de relatietherapie.
Bovendien werd het hoofdstuk over extradyadische relaties grondig bewerkt.
1 Het eerste contact
In dit eerste hoofdstuk vragen we ons af hoe men een partnerrelatietherapie
start. Waarop moet men letten gedurende het eerste contact? Hoe het pro-
bleem aan bod laten komen? Hoe legt men een goede werkrelatie met het
paar? Hoe kan men de weigerachtige partner motiveren? Hoe de geïdentifi-
ceerde patiënt aanpakken? Moet men de partners ook eens apart zien? Hoe
werkt men een behandelingscontract uit?
Bij de aanvang van een partnerrelatietherapie is er de eerste afspraak, die
meestal telefonisch gemaakt wordt. Daarna volgt een eerste kennismakings-
gesprek waarin gekeken wordt of partnerrelatietherapie aangewezen is.
De afspraak
Een telefonisch contact gaat meestal aan het eerste gesprek vooraf. Maar de
telefoon is een instrument dat de partners slechts één voor één aan het woord
laat. Meestal is er één partner die opbelt. Er gaat bij het paar heel wat overleg
aan vooraf. Dikwijls is de partner die opbelt diegene die het initiatief neemt
voor de therapie, al of niet met goedkeuring van de andere. Het beeld dat men
via de telefoon van het paar krijgt, is dan vervormd door de partner die opbelt.
Een vrouw belt op en vraagt om een beslissingstherapie. We antwoorden
dat we haar met haar man samen schriftelijk zullen uitnodigen. Zij vraagt
dan twee uitnodigingen op te sturen, één op naam van meneer Janssen en
één op naam van mevrouw Janssen op hetzelfde adres. Haar man woont
niet meer bij haar, zegt ze, maar zijn post komt er nog. Pas na aandringen
van de therapeut zegt ze haar eigen familienaam: Janssen-Peeters. De hele
acute problematiek van dit paar zoals die door deze vrouw wordt beleefd,
komt in deze praktische afspraken aan bod. De vrouw wil de relatie met
haar man behouden. Haar angstige toon en vermoeide hese stem vertolken
haar leed.
A. Vansteenwegen, Helpen bij partnerrelatieproblemen, DOI 10.1007/978-90-313-6406-0_1, © 2005 Bohn Stafleu van Loghum, Houten
Het eerste contact 9
Waar moet men zoal op letten aan de telefoon? Het is steeds van belang dat
men beide partners samenuitnodigt. Het heeft weinig zin dat ze apart komen:
men kan niet vanuit één kant aan een relatie werken. Onderzoek wees uit dat
individuele therapie bij relatieproblemen minder succes en meer schade als
gevolg heeft (Gurman & Rice, 1978). Soms is het nuttig iets te vertellen over
de manier van werken: dat het niet gaat om een therapie van lange duur, dat er
gesprekken zullen zijn en opdrachten, dat men pragmatisch werkt. Daarnaast
worden de financiële voorwaarden besproken. Dit alles opdat de toekomstige
verbruiker beter weet waar hij aan is begonnen.
We zijn helemaal niet onder de indruk van Mara Selvini (1979), die reeds na
het eerste telefoongesprek vlot hypothesen begint op te stellen. Dit lijkt ons
erg precair. Er zijn immers zovele onbekende praktische factoren die een rol
spelen. Eén partner heeft telefoon op het werk. Of het telefoontje is het resul-
taat van een dreiging. Ik wil wel meegaan als jij belt! Als jij niet belt dan ben
ik voorgoed weg… Men kan dus veronderstellingen maken, maar het is beter
af te wachten.
Wanneer een partner per briefof e-mailcontact opneemt, krijgt men een schets
van het probleem gezien door de ogen van die partner: ‘Zelf zie ik steeds beter
in dat onze relatie weinig toekomst heeft, dat we ons niet gelukkig zullen voe-
len, ons niet voldoende aan elkaar aanpassen. Wat me vooral weerhoudt is dat
ik hem niet in de steek wil laten. Zijn houvast is het huis waar we wonen, en ik.
Ik durf hem zo maar niet te zeggen dat het niet gaat. Ik zal hem niet kunnen
overtuigen. Ik vrees een ruzie die niets oplevert en waarvan de gevolgen niet te
overzien zijn. Ik zou eveneens willen dat hij meer inzicht krijgt in zichzelf,
maar dat zal hij van mij niet nemen, wel van een bevoegd persoon. Nu zie ik
alleen een oplossing van buitenaf door een onbevooroordeeld persoon voorge-
steld…’De rol van de therapeut als deskundige die het standpunt van deze
vrouw ondersteunt, wordt in deze brief goed geschetst.
Partners kunnen ook een gezamenlijke brief zenden en alle twee onderteke-
nen: ‘Wij voelen ons ellendig en we zijn er ook angstig om soms, maar wij
zijn ervan overtuigd in ieder geval inzicht in elkaar te krijgen. Wij verwachten
geen wonderen, maar hebben wel de bereidheid, voorzover als die in ons ver-
mogen ligt, elkaar misschien weer te accepteren. Misschien kunt u ons helpen
de weg terug te vinden?…’
Het is onze ervaring dat slechts vijftig procent van de paren waarvoor een col-
lega de afspraak maakt, komt opdagen. Daarom vragen we aan verwijzende
collega’s dat ze het paar zelfeen afspraak laten maken voor een eerste contact.
Verder gaan we bijna nooit in op de vraag van één partner om de andere part-
ner uit te nodigen of onder druk te zetten. We weten immers niet wat onze tus-
senkomst binnen die relatie en voor iedere partner betekent.
De verwijsbriefgeeft soms wel wat bruikbare informatie, maar meestal is die
in niet-relationele termen geschreven. Hij gaat vooral over de geïdentificeer-
de patiënt. Daarom is ook hier afwachten en het zelf bekijken de beste metho-
10 Het eerste contact
de. Wanneer een paar met een verwijsbrief komt, zullen we die ostentatief
ongeopend neerleggen en hem pas openen nadat de partners elk hun volledige
verhaal hebben gedaan.
Het eerste gesprek
Naar ons gevoel kan men het best met paren werken in een tweetrapsaanpak.
In een eerste fase gaat het om een globale probleemschets en het leggen van
een eerste contact. Bij het begin van de eigenlijke therapie of begeleiding
wordt dit alles nog eens grondiger overgedaan. De bedoeling is nu een eerste
contact te leggen met het (hetero- of homoseksuele) paar. Het komt erop aan
het paar vrij van vooroordelen te zien. Dit vraagt een intense concentratie.
Daarom is het goed vooraf even te pauzeren. En dan begint het.
Aandacht. Elk van beiden wordt vriendelijk en beleefd begroet. Onmiddellijk
beginnen de interacties te lopen. Elk wil de aandacht van de therapeut. Beiden
hebben recht op evenveel aandacht, aanvaarding, begrip en tijd. Hoe krijgt de
begeleider dit alles in het gesprek verwerkt, op zo’n manier dat ze beiden krij-
gen waar ze recht op hebben, zonder voorkeur of benadeling? De therapeut
doseert de aandacht voorzover hij dit kan. Beurtelings richt hij zich tot één
van hen of ook wel eens tot hen beiden. Oogcontact wordt met elk van hen om
de beurt gezocht. Soms kijkt de therapeut naar geen van beiden.
Observatie. De therapeut observeert voorkomen en stijl. Hij vormt zich een
beeld van beiden en van hun relatie.
Een man neemt met grote galanterie de jas van zijn vrouw aan en hangt die
op. Dit kan betekenen dat hij veel om haar geeft. Het kan zelfs zijn dat zijn
huwelijksfilosofie is: ‘als jij maar gelukkig bent, dan ben ik het ook’. Maar
het kan evengoed betekenen dat hij helemaal niets meer van haar moet heb-
ben, en dus overdreven correct is, zonder meer.
Een hippieachtige vrouw met een Afro-kapsel (alsof ze nog geen twintig
was) en een lange zigeunerjurk, een paarse sjaal en opvallend geschminkt,
komt met haar man in een klassiek driedelig grijs pak, wit hemd en grijze
das (alsof hij vijftig was). De wijze van kleden vertolkt het probleem. Het is
een paar van rond de 35. Zij is erg veranderd door haar feminisme, door
haar belangstelling voor toneel, haar vriendinnenkring. Hij is zo mogelijk
nog meer dezelfde geworden als vroeger. Terwijl hij de stofjes van zijn pak
plukt, klaagt hij erover dat zij zo veranderd is, dat ze geen normen meer
heeft, dat ze zich niet als een gehuwde vrouw gedraagt. Zij klaagt erover
dat hij te moralistisch en te rigide is, terwijl haar sieraden rammelen.
Ik zie een uitgebluste man, bleek en traag en ik zie een vastberaden vrouw
met een ijzeren stem en een aangezicht als van een groot-inquisiteur. Het
probleem is impotentie bij de man.
Het eerste contact 11
Als de therapeut zorgt voor een gestandaardiseerde ingangssituatie, als hij
steeds dezelfde beleefdheidsformules, dezelfde ingangsvragen in dezelfde
orde aanbiedt, kan hij heel wat informatie verzamelen. De therapeut heeft
immers als uitgangsstelling dat de regels die het samenzijn van deze cliënten
regelen, ook hier en nu spelen en dat hij ze kan ontdekken doordat ze zich
regelmatig zullen herhalen.
Zo kan in de uitgangssituatie het meubilair steeds op dezelfde manier staan.
Als de stoelen in een driehoek staan, op zo’n manier dat ze elk gericht staan
naar de twee andere, dan wordt het verplaatsen van die stoelen een teken van
iets. Eén partner schuift zijn stoel onmiddellijk achteruit en de andere ver-
plaatst zich naar de therapeut toe. Hier gaat het niet alleen om aandacht: het
gaat om dichtbij en veraf, om coalitie met of afstand van de therapeut.
In een eerste gesprek draait een paar de stoelen zo dat ze elk met de rug
naar elkaar toe zitten.
Een vrouw die komt met het probleem van vaginisme zit op het puntje van
haar stoel.
Beide partners gaan zo zitten dat er een stoel tussen hen onbezet blijft. Ze
hebben het over de grote problemen die ze met de kinderen hebben en ze
wijzen af en toe naar de lege stoel.
Beiden pakken elkaar vast. Dit kan betekenen dat ze niet van elkaar los te
weken zijn of dat ze reeds zover van elkaar weggedreven zijn, dat ze elkaar
moeten vasthouden om nog te kunnen praten. Of houden ze elkaar vast
opdat ze geen negatieve dingen van elkaar zullen zeggen of horen?
Al deze gegevens bundelen zich samen tot een globale indruk. De globale
indruk van de interactie is evenzeer van belang als die van elke partner. Zo
kan de globale indruk van partner A zijn dat hij tenger, bleek, ziekelijk en
zwak is. In de globale indruk van de interactie kan het zijn dat dit alles troe-
ven zijn waarmee hij zijn partner naar zijn hand zet! De vraag ‘hoe gaan ze
met elkaar om?’is even belangrijk als de vraag ‘wie zijn ze?’.
De bleke stille man blijkt op lange termijn een meesterlijke klager te zijn, die
zijn vrouw amper aan het woord laat, beslag legt op de aandacht van de thera-
peut, steeds nieuwe klachten tevoorschijn tovert, zoals een goochelaar voor-
werpen uit zijn lege hoed. Hij laat een spoor van mislukte consulten en thera-
pieën achter zich, die tevergeefs voor hem waren. Het blijkt ook dat de zelf-
verzekerde vrouw veertien dagen geleden een zelfmoordpoging deed uit
onmacht in deze relatie.
Nieuwe informatie kan de eerste indruk versterken of wijzigen. Belangrijk is
dat de therapeut het hypothetisch karakter van zijn indrukken blijft beseffen,
in plaats van zich vast te leggen op één indruk!