Table Of Content*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
Intitulé : Centrale Bankverordening
Citeertitel: Centrale Bankverordening
Vindplaats : AB 1991 no. GT 32
Wijzigingen: AB 1998 no. 17 (Inwtr. AB 1998 no. 26); AB 2009 no. 75
======================================================================
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Deze landsverordening verstaat onder:
de Bank : de Centrale Bank van Aruba;
het Land : de rechtspersoon Aruba;
de Minister : de minister van Financiën;
kredietinstellingen : in Aruba gevestigde ondernemingen of instellin-
gen die in belangrijke mate hun bedrijf maken
van het aannemen van gelden en/of van het ver-
lenen van kredieten, zulks met uitzondering van
kredietverenigingen;
kredietinstelling : een onderneming of instelling als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening
toezicht kredietwezen.
Artikel 2
1. Er is in Aruba een bank, genaamd Centrale Bank van Aruba; zij
kan in het rechtsverkeer worden aangeduid als de Centrale Bank.
2. De Bank is rechtspersoon.
HOOFDSTUK II
Middelen van de Bank
Artikel 3
1. Het kapitaal van de Bank bedraagt Afl. 10.000.000,=.
2. Het kapitaal wordt verkregen uit de activa, aan de Bank toege-
scheiden op grond van de artikelen 8, tweede lid, en 10 van de Onder-
linge Regeling Boedelscheiding Bank van de Nederlandse Antillen.
3. De waarde van de activa van de Bank, bedoeld in het tweede
lid, wordt voor de eerste maal vastgesteld door de raad van commissa-
rissen op voorstel van de president van de Bank.
4. De activa van de Bank worden door de president vervolgens pe-
riodiek geherwaardeerd volgens de regels, gesteld door de raad van
commissarissen.
Artikel 4
1. De Bank vormt een reservefonds tot een bedrag van Afl.
10.000.000,- ter dekking van verliezen van de Bank.
2. De Bank is bevoegd, na goedkeuring van de Minister, dit bedrag
te verhogen, met dien verstande evenwel dat die verhoging de som van
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
het kapitaal van de Bank en het reservefonds niet mag doen stijgen tot
meer dan 15% van de passiva van de Bank, naar de situatie aan het ein-
de van het voorafgaande boekjaar.
Artikel 5
De Bank is bevoegd, met goedkeuring van de Minister, bestemmings-
reserves te vormen.
Artikel 6
1. De Bank is bevoegd haar kapitaal en reserves te beleggen vol-
gens regelen op voorstel van de directie door de raad van commissaris-
sen vast te stellen.
2. De resultaten verkregen uit bedoelde beleggingen worden in de
verlies- en winstrekening van de Bank opgenomen.
HOOFDSTUK III
Taak en bevoegdheden van de Bank
Artikel 7
1. De Bank is circulatiebank. Zij is als zodanig met uitsluiting
van ieder ander gerechtigd tot uitgifte van bankbiljetten in Aruba.
Zij verzorgt de geldsomloop in Aruba, voor zover deze uit bankbiljet-
ten bestaat, en zij is namens het Land belast met het in omloop bren-
gen van muntbiljetten en munten.
2. De bankbiljetten hebben, zolang zij niet buiten omloop zijn
gesteld, de hoedanigheid van wettig betaalmiddel.
3. De papiersoort, de afmetingen en de opdruk van de uit te geven
bankbiljetten worden door de directie, in overleg met de raad van com-
missarissen, bepaald en ter algemene kennis van het publiek gebracht.
4. Wegens verlies, gehele of gedeeltelijke vernietiging of be-
schadiging van bankbiljetten behoeft door de Bank geen vergoeding te
worden gegeven.
5. Bij verdenking wegens een strafbaar feit of op schriftelijk
verzoek van belanghebbende staat het aan de Bank vrij kwitering en af-
tekening van de bankbiljetten te vorderen van hem die ze ter betaling
of ter verwisseling aanbiedt.
6. De artikelen 296, tweede en derde lid, 297 en 298 van het Wet-
boek van Koophandel van Aruba zijn niet van toepassing op bankbiljet-
ten.
Artikel 8
1. De Bank kan bankbiljetten buiten omloop stellen. Houders van
bankbiljetten worden dan opgeroepen deze ter verwisseling aan te bie-
den. De oproeping wordt bekend gemaakt in het blad waarin van over-
heidswege de officiële berichten worden geplaatst.
2. Na verloop van tien jaren na het plaatsen van de in het eerste
lid bedoelde oproeping wordt het bedrag der niet ter verwisseling aan-
geboden bankbiljetten aan de winst van het lopende boekjaar toege-
voegd. De daarna ter verwisseling aangeboden bankbiljetten worden ten
laste van de verlies- en winstrekening gebracht.
3. Na verloop van dertig jaren na het plaatsen van de in het eer-
ste lid bedoelde oproeping vervalt het recht om verwisseling van de
desbetreffende bankbiljetten te vorderen.
2
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
Artikel 9
1. Omtrent de begrenzing van het gezamenlijke bedrag aan uitgege-
ven bankbiljetten en andere dadelijk opeisbare verplichtingen van de
Bank worden, de directie en de raad van commissarissen gehoord, bij
landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voorschriften gegeven.
2. Bij het in het eerste lid bedoelde landsbesluit kan aan de Mi-
nister de bevoegdheid worden gegeven om in buitengewone omstandighe-
den, op voordracht van de raad van commissarissen en de directie, het
percentage van de dekking van de verplichtingen van de Bank tijdelijk
te verlagen tot een in dat landsbesluit genoemd minimum.
Artikel 10
1. De Bank is verantwoordelijk voor de stabiliteit van de waarde
van de geldeenheid van Aruba en bepaalt het monetaire beleid, gericht
op de handhaving daarvan.
2. De Bank verstrekt aan de Minister gevraagd en ongevraagd ad-
vies met betrekking tot financiële aangelegenheden.
Artikel 11
De Bank oefent volgens bij landsverordening te bepalen regels
toezicht uit op kredietinstellingen en bevordert een gezonde ontwikke-
ling van het bank- en kredietwezen in Aruba.
Artikel 12
1. De Bank is centrale deviezenbank voor Aruba en reguleert als
zodanig volgens bij landsverordening te bepalen regels het betalings-
verkeer met het buitenland. Zij heeft het beheer over de beschikbare
deviezen en de controle op de besteding daarvan.
2. De Bank kan onder door haar te stellen voorwaarden kredietin-
stellingen machtigen als deviezenbank werkzaam te zijn.
3. De Bank is bevoegd de koersen voor het deviezenverkeer vast te
stellen, waarbij zij in acht neemt de waarde van de Arubaanse geldeen-
heid en de desbetreffende internationale overeenkomsten waarin Aruba
betrokken is.
Artikel 13
De Bank is voorts bevoegd de volgende werkzaamheden te verrich-
ten:
a. het disconteren van wisselbrieven en ander handelspapier met twee
of meer solidair verbondenen en geen langere looptijd hebbende dan
zes maanden, alsmede schatkistpapier ten laste van het land met
geen langere looptijd dan zes maanden;
b. het kopen, verkopen en afgeven van wisselbrieven en cheques alsmede
het voldoen aan schriftelijke of telegrafische betalingsopdrachten;
c. het ontvangen van gelden in bewaring, deposito of rekening-courant;
d. het kopen en verkopen van:
I. wissels geaccepteerd door een in Aruba gevestigde kredietin-
stelling en schatkistpapier ten laste van het Land, met geen
langere resterende looptijd dan zes maanden, alsmede het dis-
conteren daarvan;
II. munten en muntmateriaal;
III. obligaties, uitgegeven door in Aruba gevestigde publiekrechte-
lijke en privaatrechtelijke rechtspersonen;
3
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
IV. schuldbrieven waarvan de rente en aflossing door het Land wor-
den gegarandeerd;
V. vorderingen onder hypothecair verband van onroerende zaken, ge-
legen in Aruba, of de rechten waaraan deze zijn onderworpen,
alsmede het verstrekken van gelden onder genoemd hypothecair
verband en wel tot geen hoger bedrag dan tachtig ten honderd
van de geschatte waarde van deze goederen;
e. het in bewaring nemen van munten, muntmateriaal of geldswaardige
papieren;
f. het verstrekken van voorschotten bij wijze van belening of in reke-
ning-courant op onderpand van waardepapieren, vorderingen, goede-
ren, celen, munten en muntmateriaal;
g. het afgeven van garanties binnen de uitoefening van haar taak;
h. het beleggen van haar vreemde valuta in buitenlandse overheidspa-
pier, in bankaccepten of in schuldbewijzen van buitenlandse kre-
dietinstellingen dan wel het afgeven in deposito van haar vreemde
valuta aan buitenlandse kredietinstellingen;
i. het verstrekken van kapitaal aan ondernemingen op het gebied van
landbouw, veeteelt, visserij en industrie tegen zakelijke zeker-
heid;
j. andere werkzaamheden, bij of krachtens landsverordening aan de Bank
opgedragen.
Artikel 14
1. De Bank is de bankier van het Land en als zodanig verantwoor-
ding verschuldigd aan de Minister en rekenplichtig aan de Algemene Re-
kenkamer. Zij verricht haar diensten kosteloos.
2. De Bank kan bij landsbesluit worden belast met het kassier-
schap van bij landsverordening in het leven geroepen instellingen. Ook
deze diensten verricht zij kosteloos.
3. De Bank is tevens belast met de kosteloze bewaring van alle
geldswaarden en waardepapieren ten behoeve van het Land en de instel-
lingen, bedoeld in het tweede lid.
4. De Bank kan kredietinstellingen aanstellen als haar agent ten-
einde namens haar diensten aan derden te verlenen.
Artikel 15
1. De Bank kan aan het Land voorschotten verstrekken ter voorzie-
ning in tijdelijke kasbehoeften die het gevolg zijn van de seizoenma-
tige verschillen tussen de ontvangsten en uitgaven van het Land gedu-
rende het begrotingsjaar, mits deze voorschotten, op enig moment opge-
teld, nooit meer bedragen dan tien procent van de inkomsten van het
Land in het voorgaande begrotingsjaar.
2. De in het eerste lid bedoelde voorschotten worden door de Bank
renteloos verleend.
Artikel 16
1. Behoudens het bepaalde in artikel 15 verleent de Bank geen
krediet of voorschot in blanco. Onder krediet of voorschot in blanco
wordt niet verstaan het toevertrouwen in haar eigen belang van gelden
of goederen aan lasthebbers die niet bij haar in dienst zijn.
2. De Bank koopt geen effecten, behoudens het bepaalde in de ar-
tikelen 6, eerste lid, en 13, onderdeel h, en geen goederen anders dan
die, benodigd voor de uitoefening van haar bedrijf, of in de gevallen
waarin de aankoop van goederen ter voorkoming van verlies noodzakelijk
4
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
is.
3. De Bank neemt niet deel in ondernemingen.
4. De Bank schiet geen geld voor op onderpand van vaartuigen of
vliegtuigen.
HOOFDSTUK IV
Bestuur van de Bank
Artikel 17
1. De leiding van de Bank ligt bij een president, bijgestaan door
een of twee directeuren.
2. Bij afwezigheid of ontstentenis van de president wordt diens
functie waargenomen door de directeur die daartoe door de president
wordt aangewezen, bij gebreke waarvan deze aanwijzing geschiedt door
de voorzitter van de raad van commissarissen.
3. De president vertegenwoordigt de Bank in zijn hoedanigheid als
hoogste functionaris van de Bank in en buiten rechte.
Artikel 18
1. De president en de directeur(en) worden door de Gouverneur be-
noemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de raad van
commissarissen. De Gouverneur zal op de voordracht acht slaan voor zo-
ver zulks hem dienstig voorkomt.
2. Op voordracht van de raad van commissarissen kunnen de presi-
dent en de directeur(en) door de Gouverneur bij met redenen omkleed
landsbesluit worden geschorst of ontslagen. In geval van schorsing
wordt door de raad van commissarissen voor zoveel nodig tevens een
voordracht van drie personen gedaan tot tijdelijke vervulling van de
desbetreffende functie.
3. De arbeidsvoorwaarden van de president en de directeur(en)
worden neergelegd in een reglement, dat na overleg met de Minister
wordt vastgesteld door de raad van commissarissen.
Artikel 19
1. De president bepaalt het beleid en voert het bestuur van de
Bank in de ruimste zin van het woord; hij is belast met het bestuur
van de eigendommen der Bank en is bevoegd tot alle daden van beschik-
king over die eigendommen, voor zover deze bevoegdheid bij of krach-
tens deze landsverordening niet wordt beperkt.
2. Een der directeuren wordt aangewezen als secretaris van de
Bank en is als zodanig belast met de uitvoering van het beleid ten
aanzien van de eigendommen der Bank, de administratie en de zorg voor
het secretariaat.
3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen, de
president en de directeur(en) en de raad van commissarissen gehoord,
algemene richtlijnen voor de taakuitoefening van de president en de
directeur(en) worden gegeven.
Artikel 20
1. De president is bevoegd personeel op arbeidsovereenkomst naar
burgerlijk recht in dienst van de Bank te nemen en te ontslaan.
2. De arbeidsvoorwaarden van het personeel der Bank worden neerge-
legd in een reglement, dat door de raad van commissarissen en de pre-
5
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
sident na overleg met de Minister wordt vastgesteld.
Artikel 21
1. De Bank treft pensioenvoorzieningen voor de president, de di-
recteur(en) en personeel.
2. De stortingen voor pensioen en de verdere met betrekking tot
de pensioenverzorging te stellen regels worden neergelegd in een re-
glement, dat door de raad van commissarissen en de president, na over-
leg met de Minister, wordt vastgesteld.
Artikel 22
De president is, na overleg met de raad van commissarissen, be-
voegd om vertegenwoordigers van kredietinstellingen in een onder zijn
voorzitterschap te houden vergadering als adviescommissie bijeen te
roepen, teneinde aan de president, de directeur(en) en de raad van
commissarissen voorlichting en advies te doen geven omtrent onderwer-
pen waarover deze het gevoelen dier commissie wensen te vernemen.
Artikel 23
1. Er is een raad van commissarissen, bestaande uit ten minste
drie en ten hoogste vijf leden.
2. Voorzitter van de raad van commissarissen is de regeringscom-
missaris. Hij wordt door de Gouverneur benoemd en ontslagen.
3. De overige leden van de raad van commissarissen worden door de
Gouverneur benoemd uit een voordracht voor ieder van hen van drie per-
sonen, door de raad van commissarissen na overleg met de president en
de directeur(en) opgemaakt.
4. De benoeming van de in het voorgaande lid bedoelde commissa-
rissen geschiedt voor een periode van vijf jaren. Zij zijn bij hun af-
treden terstond opnieuw benoembaar.
5. In bijzondere gevallen kunnen de in het derde lid bedoelde
commissarissen bij met redenen omkleed landsbesluit door de Gouverneur
worden geschorst of tussentijds ontslagen.
Artikel 24
1. De raad van commissarissen oefent toezicht uit op de handelin-
gen van de Bank en ziet toe op het beheer van de eigendommen van de
Bank alsmede op de aan haar toevertrouwde middelen.
2. Al hetgeen niet bij of krachtens deze landsverordening uit-
drukkelijk is opgedragen aan de president of de directeur(en), behoort
tot de taak van de raad van commissarissen.
3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels
worden gesteld betreffende de taakuitoefening van de raad van commis-
sarissen.
Artikel 25
1. De raad van commissarissen vergadert ten minste eenmaal per
kwartaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of twee leden van de
raad of de president zulks nodig oordeelt of wenselijk acht.
2. In de vergaderingen van de raad van commissarissen brengt de
president desgevraagd verslag uit over de algemene economische en fi-
nanciële ontwikkeling van Aruba en over het door de Bank gevoerde be-
leid, bestuur en beheer.
6
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
Artikel 26
1. De commissarissen ontvangen een vergoeding, welke door de Mi-
nister na overleg met hen en de president wordt vastgesteld.
2. De uit het voorgaande lid voortvloeiende uitgaven komen ten
laste van de Bank.
Artikel 27
1. De regeringscommissaris houdt van Landswege toezicht op de
handelingen der Bank en handelt daarbij overeenkomstig een door de Mi-
nister gegeven algemene of bijzondere instructie.
2. De regeringscommissaris heeft het recht de vergaderingen van
de directie der Bank bij te wonen en aldaar voor zoveel nodig een
raadgevende stem uit te brengen.
3. De president en de directeur(en) zijn gehouden de regerings-
commissaris desgevraagd alle inlichtingen te verstrekken en daarbij de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers over te leggen welke deze
voor een behoorlijke uitoefening van zijn taak nodig acht.
Artikel 28
1. De commissarissen, de president en de directeur(en) moeten bij
benoeming de leeftijd van dertig jaren hebben bereikt, over de voor de
desbetreffende functie benodigde ervaring en capaciteiten beschikken,
en woonplaats hebben in Aruba.
2. Personen die werkzaam zijn bij of belangen hebben in, in Aruba
gevestigde, trustkantoren en kredietinstellingen, kunnen niet tegelij-
kertijd in een der functies als genoemd in het eerste lid werkzaam
zijn.
3. Tussen de commissarissen onderling, tussen hen en de president
en de directeur(en), alsmede tussen de president en de directeur(en)
onderling mag geen bloed- of aanverwantschap tot in de tweede graad
bestaan. Echtgenoten mogen niet tegelijk in een der genoemde hoedanig-
heden bij de Bank optreden. Indien aanverwantschap ontstaat na hun be-
noeming, mogen de meergenoemde functionarissen hun werkzaamheden bij
de Bank niet voortzetten zonder toestemming van de Minister.
Artikel 29
1. De commissarissen, de president en de directeur(en) leggen bij
de aanvaarding van hun benoeming in handen van de Gouverneur de eed of
belofte af, waarbij zij zich verplichten tot geheimhouding ten aanzien
van datgene waarvan zij uit hoofde van hun functie kennis dragen, voor
zover mededeling daarvan niet bij of krachtens landsverordening is
voorgeschreven.
2. De geheimhoudingsplicht van het overige personeel zal worden
neergelegd in het in artikel 20, tweede lid, bedoelde personeelsregle-
ment.
HOOFDSTUK V
Begroting, balans en verlies- en winstrekening
Artikel 30
1. Het boekjaar van de Bank loopt van de eerste januari tot en
met de eenendertigste december daaraanvolgende.
7
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
2. Jaarlijks wordt vóór 1 december door de president een begro-
ting van de uitgaven der Bank voor het volgende boekjaar aan de raad
van commissarissen ter goedkeuring aangeboden. Nadat de begroting is
goedgekeurd, wordt zij aan de Minister en aan de Staten ter kennisne-
ming overgelegd.
Artikel 31
1. Jaarlijks wordt vóór 1 juli de balans en de verlies- en winst-
rekening van het afgelopen boekjaar door de president en de direc-
teur(en) samengesteld en, na controle door een door de raad van com-
missarissen aangewezen extern accountant, aan de raad van commissaris-
sen ter vaststelling voorgelegd.
2. De gedurende een boekjaar optredende wijzigingen in de waarde
van de goud- en deviezenvoorraad en de bedrijfseconomische activa van
de Bank, behoudens die ten aanzien van de activa waarin het kapitaal
en de in de artikelen 4 en 5 genoemde reserves zijn belegd, worden aan
de passivazijde van de balans tot uitdrukking gebracht; zij worden
niet betrokken bij de samenstelling van de winst- en verliesrekening.
3. In hun eerste daaropvolgende vergadering worden de in het eer-
ste lid bedoelde jaarstukken door de raad van commissarissen vastge-
steld; een exemplaar wordt aan de Minister toegezonden. Indien de raad
van commissarissen bedenkingen heeft tegen de haar voorgelegde jaar-
stukken, legt zij deze bedenkingen na overleg met de president en de
directeur(en) aan de Gouverneur ter beslissing voor.
4. Vaststelling van de jaarstukken strekt tot decharge van de
president en de directeur(en).
Artikel 32
De president doet eenmaal per maand in het blad waarin van over-
heidswege de officiële berichten worden geplaatst, mededeling van een
verkorte balans.
Artikel 33
1. Enige uit een goedgekeurde jaarlijkse verlies- en winstreke-
ning blijkende winst komt allereerst ten goede aan het kapitaal, voor
zover dat minder bedraagt dan het bij artikel 3, eerste lid, bepaalde
bedrag, en vervolgens aan de algemene reserve, voor zover die minder
bedraagt dan het bij of krachtens artikel 4, bepaalde bedrag. Het res-
tant komt, behoudens toepassing van artikel 5, ten goede aan het Land.
2. Enig uit een goedgekeurde jaarlijkse winst- en verliesrekening
blijkend verlies komt ten laste van de algemene reserve. Ingeval deze
reserve onvoldoende is om het verlies geheel te dekken, komt het res-
tant ten laste van het kapitaal van de Bank.
3. De Bank is bevoegd aan het Land voorschotten te verstrekken
uit de in het lopende boekjaar behaalde winst, met dien verstande dat:
a. het aantal der te verstrekken voorschotten in enig boekjaar niet
meer dan twee mag bedragen;
b. geen voorschot meer mag bedragen dan 25% van het bedrag dat in het
voorgaande boekjaar ingevolge de tweede volzin van het eerste lid
aan het Land ten goede is gekomen, of - indien zulks niet is ge-
schied - niet meer dan 25% van de in het voorafgaande boekjaar be-
haalde winst;
c. geen voorschot meer mag bedragen dan 50% van de tot het tijdstip
van aanvrage behaalde winst of - indien reeds een voorschot werd
verstrekt - 50% van de winst, behaald tussen het tijdstip van de
8
*************************
AB 1991 no. GT 32 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 26 november 2013
*************************
====================================================================
verstrekking van het eerste voorschot en het tijdstip van de tweede
aanvrage;
d. geen voorschot zal worden verstrekt, ingeval het kapitaal van de
Bank en de algemene reserve te zamen minder dan Afl. 20.000.000,-
bedragen.
Artikel 34
Van de Bank uitgaande stukken en bescheiden zijn vrijgesteld van
zegelbelasting.
HOOFDSTUK IV
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 35
(vervallen)
Artikel 36
Het personeel dat per 31 december 1985 in dienst is van de Bank
van de Nederlandse Antillen, bijkantoor Aruba, wordt in dienst genomen
van de Centrale Bank van Aruba met behoud van de functie, rang, sala-
risschaal, toelagen, toeslagen en eventuele andere faciliteiten.
Artikel 37
Ingeval in de raad van commissarissen nog niet ten minste 3 leden
benoemd zijn en de functie van president of directeur vaceert, ge-
schiedt de benoeming van deze functionarissen zonder de in artikel 18,
eerste lid, vereiste voordracht van de raad van commissarissen.
Artikel 38
De benoeming van de eerste twee leden van de raad van commissa-
rissen, niet zijnde de regeringscommissaris, geschiedt door de Gouver-
neur op een voordracht voor ieder van hen van drie leden opgemaakt
door de regeringscommissaris na overleg met de president.
Artikel 39
Deze landsverordening kan worden aangehaald als Centrale Bankver-
ordening.
9